Kerkvisitatie te Utrecht in 1868 - pagina 227
met het oog op den kritieken toestand onzer kerk.
:
9 van
begeerlijke
een centraalgezag met
zulk
onmid-
zijn
delijk uitvloeisel, eene bisschoppelijke kerk visitatie, heeft mijn koningrijk
Zoodra in het genieenteleven
van deze wereld.
niet
is
ophoudt eene magt
de liefde
zijn
te
om
genoegzaam
het doode af te
scheiden en het verderf te keeren, bewijst dit eene zoo algemeene ontrouw der gemeente, eene zoodanige vervreemding van den Hei-
den Heer
aan
ligen Geest, dat het zinneloosheid heeten
met den hebben
arm
vleeschelijken
voorbarigen
door
meenteleven
misschien
zamen,
hen in
die
te
mag den nood
der wedergeboorte
komen.
willen tegemoet
Juridische geesten
en met de beste bedoelingen aan het ge-
ijver
meer nadeel berokkend dan
al
de onreine geesten
de wapenkameren van het Heidensch regt in plaats
Of Chris-
van voor den troon der genade naar nitkomst deden zoeken. tus
heeft
en Meester in
stand
liefde
vervolgden is
zijn
hemel en op aarde en Hij
in
de eerste en de laatste
,
te
beoefenen,
erfelijk
alleen broeders te zijn en de
—
bezitten zullen;
van deze wereld, een
vleeschelijke wapenen, onder schoonen of
rijk,
kwaden
schijn,
dat tegen
den Christusgeest
diens
;
strijd
heerlijker
de
Judasgeest
niets
openbaring kan medewerken.
en
die zeide
hij
vermag en
Waar
dan
met
het geweld en niet
een duivel, heeft dien duivel niet buitengeworpeu
is
zie
of zoo niet,
waar door den
de liefde heerscht. In den Apostelkring was een Judas
één van u
Heer
als de eenige
in het vrederijk eens de zachtmoedigen en
dat
de heerschappij
koningrijk
is
de Almagtige, in staat zijne gemeente
,
houden en de zijnen hebben
te
zoo
magt
alle
,
wetende
alleen tot
ik zoo groote vrees
voor toestanden en handelingen, die zichzelven veroordeelen , die hun
vonnis aan eigen voorhoofd dragen niet
;
— en zoo weinig bekommering over wat
tastbare misdaad is, over pharizeïsme, vormelijkheid, doodelijke on-
verschilligheid voor gemeenteleven
gedurig de vraag: maakt
men
men
en schuld te bedekken met: dat waardige.
en gemeentearbeid
niet
dwergen
;
tot reuzen
— daar om
in mij
rijst
eigen kleinheid
toch brandde van ijver tegen een niets-
Zoolang wij niet van ijver branden voor Jezus
,
en het goede
doen met dezelfde aandrift, waarmede anderen het kwaad verrigten, bewijst haat
tegen Judas
onze liefde voor Jezns niet.
kruis de wereld overwonnen; schoppelijke suprematie
—
kunnen
De Heer
heeft door zijn
engeenwereldsch centraalgezag, geene ooit surrogaat
worden van de magt
,
bis-
die de
wereld overwint, namelijk, het geloof werhsaam door de liefde. (1 Joh. 5;
4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1868
Abraham Kuyper Collection | 281 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1868
Abraham Kuyper Collection | 281 Pagina's