Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zestal leerredenen - pagina 38

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zestal leerredenen - pagina 38

Bevat: Nabij God te zijn ; Bedestond op den Hervormingsdag ; Christus, de bron van zedelijke kracht ; Schuldbesef ; De vloek der verstandsrichting ; Maria bij het kruis

2 minuten leestijd

BEDESTOND OP DEN HERVORMINGSDAG.

34

zijn. Worde gebannen uit elks hart, wat ootmoed verstoren en dus zijn gebed verhinderen zou. Zie niemand op die buiten zijn, laat ons niet op elkander zien maar zie ieder op zijn eigen hart. Neen, niet onze glorie is het, dat we hier samen zijn,

avond samen zijn

,

-

maar onze schande,

we

die

maar

gebed,

we ontdekken,

onze schuld,

Niet als vromen van ivege ons

als scJiuldigen

van

tv ege

onze zonden moeien

voor het aangezicht des Almachtigen verschijnen, en

we

zoo

slechts

u

die

belijden moeten.

tot

uw

stemming

die

ziel

wek

beheerscht,

ik

bidden op.

En waarvoor we dan bidden zullen wat dan de nood is, waaruit we roepen zullen tot onzen God ? Maar immers ge hebt het zelven wel geraden: een bidstond I.

,

gedenkdag der Hervorming onzer kerk moest

den

op

een biduur voor den nood verkeert. Gelijk Daniël riep

God! en

zie

zijn :

»

waarin thans die kerk

,

Doe uwe oogen op o onze ,

onze verwoestingen en de stad,

die naar

uwen Naam genoemd wordt," zoo kljmme dan ook onze bede

we

tot

als

den Ontfermer op bij de verwoesting waaraan gemeente ten prooi zijn, ons gebed voor den

nood van

naam

die

kerk onzer vaderen,

Of die nood onzer kerk dan nu is ?

die

naar Christus

juist

zoo schreiend

zich noemt.

01"

er dan gebeurtenissen plaats grepen

,

die als een

gebouw onzer kerk aandruisen en haar muren dreigen in te buigen Of we dan nu juist een nood aanschouwen die ons tot bidden dringt, daar we stortvloed tegen het

?

,

toch jaren lang meenden, dat de staat onzer kerk nog dragelijk

was

te achten,

en nog niet

tot opzettelijk

bidden drong?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1869

Abraham Kuyper Collection | 173 Pagina's

Zestal leerredenen - pagina 38

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1869

Abraham Kuyper Collection | 173 Pagina's