Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zestal leerredenen - pagina 20

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zestal leerredenen - pagina 20

Bevat: Nabij God te zijn ; Bedestond op den Hervormingsdag ; Christus, de bron van zedelijke kracht ; Schuldbesef ; De vloek der verstandsrichting ; Maria bij het kruis

2 minuten leestijd

NABIJ GOD TE ZIJN.

10 belagen;

— een opdringen

,

ken, een opschuiven onzer

we

als

kunnen,

slechts

hooren en dat

Hem

bij

zich

aan

om

vastklemmen

besef, dat

we

om

ziel

ziel

Hem

bij

be-

— een

ligt;

den Heer, ge-

slingert, uit

gemis aan zelfvertrouwen; onzer

mag druk-

uit

de plaatse onzer ruste

den eik het khmop en

steun

uit

zoo

naar den lieer, zoo dicht

vezelen onzer

strengelen van de lijk

als ik niij ziel

behoefte

— een

aan den Heer, gelijk

zich

jonge

't

kind zich aan den hals van moeder vastklemt, omdat

weten,

het

meer nog

,

dat

we

bij

Hem

alleen veilig zijn,

we ja

een schuilen onder de vleugelen des Almach-

en een rusten aan Zijn vaderhart,

tige

om

weerlevens-

warmte in te drinken voor onze verkleumde ziel, voor ons arm hart dat in den guren dampkring der wereld ,

zoo

kil

en koud, zoo verstijfd en versteend

01 zóó nabij God leven, dat

te zijn,

zóó dicht

bij

is

geworden.

den Heer

te

het wat zelfs de besten onzer veel te weinig

is

doen. Die dan nog iets

eeuw duchten,

noodlottigs

van den geest der

ze leven nabij de kerk, nabij de

Schrift,

andere vromen, nu en dan vertoeven ze nabij den

nabij

Heer

in het

gebed

,

ze bezoeken den

Heer

bij tijden

,

als ik

maar bij met heiügen eerbied dus spreken mag, den Heer is hun f huis niet, ze wonen niet in bij hun God, neen, een leven nabij den Heer, dat is het nog bij zoo weinigen geworden. De Heer wil een band met de

zijnen,

waarvan

de teedere huwelijksband

het zinne-

zal zijn. ))Ik ben uw man, o Israël!" roept Hij maar wij neen we ook thans nog Zijn volk toe willen wel een vriendschapsbetrekking, maar een huwelijksband onzer ziel met den Heer met de dure vermet den eisch om dan plichting daaruit voortvloeiend

beeld

,

,

,

,

,

ook

bij

Hem

in

te

wonen,

steeds

nabij, steeds

dicht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1869

Abraham Kuyper Collection | 173 Pagina's

Zestal leerredenen - pagina 20

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1869

Abraham Kuyper Collection | 173 Pagina's