De Hollandsche gemeente te London in 1570/1 - pagina 8
,, :
140 Reeds kelijker
een
Gottfried van
de Doopgetuigen. sistorie
daarna brak deze antinomie dan ook op veel bedenvorm kreeg in het geschil over
jaar
wijs uit, toen ze een tastbaren
drongen
op
sterk
om
bijbedoeling,
zonder
de
gelsche
Kerk,' zich
het
van
Wingen en nemen van
door
dit
bescherming des
de
den
ijver
Bisschops te verzekeren.
aangekomenen
nieuw
van
zelf
een tweede strijd voor de Syno-
En toen het
dale Kerkinrichting tegenover den Bisschoppelijken dwang.
meester van het terrein te blijven de nieuwe verkiezing Ouderlingen al uitstelde, en dus de doorwerking van de meer-
consistorie
van
slechts
voor den «vrijen Doop" tegenover den »Doop met
ontsproot daardoor
getuigen"
zeker niet
volgen van de ordening der En-
Juist dit bijoogmerk verbitterde echter de te meer. Uit
de oude leden van het con-
y)Gevaders" aan,
,
om
,
die de tegenpartij
derheid,
allengs
in
gemeente
de
barstte
met geweld tegenhield,
consistorie
verkreeg,
in
het
de storm der hartstochten
onheilspellend over de pas gestichte gemeente los
,
een storm die
bij
de
wederzijdsche verhouding der partijen ten slotte niet anders dan op een
nederlaag voor den Kerkeraad kon uitloopen.
Dit was te eerder te voorzien daar in het collegie van Diakenen reeds Men begrijpt hoe dit kwam? Een
door opposanten zitting was genomen.
diaken deed ook destijds zwaarder dienst dan een ouderling. Het ging dus nog aan, om de opengevallen ouderlingplaatsen onbezet te laten. Maar de Diakenen kon men niet missen. Men had dus tot nieuwe benoemingen moeten overgaan en daardoor zijns ondanks moeten medewerken om de ,
,
reeds zoo machtige oppositie door de autoriteit van het
Van daar
de
dat
strijd
over
ambt
te versterken.
Doopgetuigen geheel het karakter
de
droeg van een worsteling tusschen de presbyteriale en diaconale macht. Vóór het nemen van Doopgetuigen ijverden als een aaneengesloten partij de predikant van C.
Wingen en de Ouderlingen J. Utenhove, A. van Doorn W. Rowke, terwijl de zesde Ouderling, de
Dottignies, L. Thierry en
heer F. Marguinas
om
persoonlijke
redenen, zich wel
maar toch minder homogeen was met hun
bij
hen aansloot,
streven. Daarentegen vond de
boezem der gemeente voorkwam haar warme woordvooral in de H.H. B. Huysman, A. de Smet en M. Fockynck (meestal gevolgd door de H.H. W. Ardtsen Beelen en G. Princell) die bij hun oplreden steeds trouw gesteund J. onder leiding van den werden door een Commissie van Gemeenteleden oppositie
,
die uit den
,
voerders in het collegie van Diakenen,
,
heer
P.
de
en
Bert,
voorts
bestaande
Cuytmans van Hasselt, G. Dregge, Ds.
steun,
noch
uit
de H.H.
J.
de Pruet,
J.
H. Elinck en A. Gijselinck.
van Wingen won ook ditmaal den strijd nog door den machtigen Noch de meetings, dien hij in den Bisschop van Londen vond. de
adressen
van «gemeenteleden
Diakenen kon baten
;
,
noch
de
onverzettelijkheid
Avant dit wist het consistorie wel
der Anglikaansche kerk kon het »Tuygebruuken"
,
gelijk
:
der
geen Bisschop
men
het noemde,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1870
Abraham Kuyper Collection | 40 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1870
Abraham Kuyper Collection | 40 Pagina's