"Geworteld en gegrond" - pagina 27
bekommering
schijn van
maar zonder een
om
zelfs
het leven,
dat daarbinnen wordt geleefd; de mannen van de oppervlakte,
een klaren spiegel zich verlustigen, maar zonder zich
die in
om wat
bekreunen
te
daar in de
diepte wegsterft,
bouwen, omdat met doode muren nimmer rijzen ziet. O,
nooit de kerk Christus zijn
op
niet
die
vaderen kerk bogen kunnen. Meet
in
uw
uw
van
uiterste
kerk weer
wendige
om
opgetrokken,
verwekken,
de kerken
toch,
blinke,
lijnen
de
nooit
als
En
heeft
onbetwiste
kerk
heerschappij.
Ja
zuiverste
landen
aller
loop
eeuwen
der
hoe bouwkunstig schoon den naam van Christus
Gods Geest
bezoedele, en
werken
ach
kan u
,
zich
baten
daar
die
dat
zelfs
lief,
huis ook in
mag uw kerk men uw vernis
duchtend, dat zijn mach-
,
en wie draagt daar
zoo ge ook niet een leven hebt
,
een
,
dal
bloeit.
strooming,
laatste
of laat mij liever
ginds ontlastend, gedurig kleine beekjes
tot
zijn
een stroom.
juist
Gij
is,
die, rit-
dat ze zich nim-
Waar
kent dat streven.
vraag ik, bespeurdet ge niet zijn bezige hand, in welken vindt
dien
aangrijpt,
ge
zijn
voetstap niet afgedrukt! O! ik heb
bekeer enden en door elk
ijver,
beletsel
bekeerlingen met zich voert tach,
aanschouwd
«gegrond/' het «gefundeerd"
maar wier kenmerk het
mer vereenigen akker
uit-
worden
over Jezus' kerk een druipende wolk,
dan
hier
selen doet,
zoo
is
er hangt
nu
lijn
dan een weelderig Lazareth, doch
Neen, Gel.! het
niet
Eindelijk,
zeggen,
buitensluit
zijn
den eeuwigen wortel
op
de
laat
,
schoon plaveisel scheure. Zulk een kerk,
én medicijn ontbraken,
arts
kranken heen? zijn
uw
straks
wat zou ze anders
,
waar én
met het
belijdenis
jaloerschheid te
tot
niet dragen, zoo ge het leven bant, uit vrees, dat
tig
tot
uw
Brengt
uwer kerk naar de
der
vrij," in
en een kerkstaat te vertoonen, zoo onbevlekt en
ongerimpeld,
zijn
tot
gedaante
snijdt vrij allen af
uw
alles in
onberispelijk meetsnoer.
kunnen
de kerk van
steen
bloed van vreemde smetten
»het
ze
ik
drijfjacht,
mag wat
,
als
die,
verontrust.
elk
heendringend, telkens nieuwe buit voor onzen Heer.
het niet ontveinzen, er mij
niemand sparend,
hem
is
Bekeering
— En
in dien rusteloozen
wordt
gedreven,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1870
Abraham Kuyper Collection | 44 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1870
Abraham Kuyper Collection | 44 Pagina's