Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 42

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 42

2 minuten leestijd

EUST DER ZIEL BIJ DE ONRUST DER TIJDEN.

4U haar

niet,

niet

faalt,

dus,

wijl

zoo het u slechts aan een Klisterend oor

of,

hgt

er

een teeken in van

zweeg,

Hij

hadden dichtgestopt, alsof

schijnen,

uw

God.

Niet

maar slechts wijl wij de ooren kon het een reeks van lange jaren

de voetstap

des

Almachtige niet meer

op den weg der volkeren werd gehoord. Het is onze kleinheid, gr 00 te een oog hebben.

we

dat

slechts voor het

Maar nu, dat gr o o te kwam! En daarom thans wierd Thans, nu de stroom der volkeren in zijn

het anders.

machtig bruisen een

schrille

bange echo geeft op wat

David zong: »Zijn bliksemen verlichten de wereld: het ze en beeft,''

aardrijk ziet

het zelfs

noodgeschrei der

de

hun onmacht zulk

een

hart

spotters belijden,

plotseling

die sprake

Gods

volkeren zoo doordringend,

verharde van

en de

wordt,

nu dreunt

dat

door dien schok geroerd

van gisteren

om

in

zonder

tuimelen,

's

uit

eigen aandrift

Heeren inwerking

zulk een onderstboven-

keering te verstaan. is dus een » woord Gods" in het rumoer der volnu Zijn gerichten op aarde zijn; maar toch in die stemme Gods is geen troost. Bij zulk een spreken des Heeren kan de ziel niet leven. Als de bergen voor

Er

ken,

aangezicht

Zijn

sterveling,

dan voor

Die sprake Gods bloed, door het

henen.

Ze

ontstelt

de

van

vervheten,

is

mij,

hoe zou

ik,

den adem Zijner lippen bestaan? die sprake 'Gods gaat door

kermen van den den

gevallen held

geest: beknelt

het

trilt

ze

hart:

verbijstert onze zinnen: als het loeien

stormwind is ze op Horeb's onherbergzame Voor die stemme Gods sidderen de volken, maar

den

kruin.

brooze

in vuur,

verschrikt ziel:

ai

voor de

ziel

die

God

zoekt, biedt ze

geen

rust.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's