Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 152

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 152

1 minuut leestijd

,

GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID,

150

maatschappij, die zich op aarde gevormd heeft; en be-

met uw medemenschen

doelt een zoodanig samenleven

niemand's rechten

ge

dat

inbindt en u

Zóó

waar?

niet

u roept. die

ge u voor God

van

aarde

het

het

maar

maar met

houdt afgesloten,

heirschaar

er van godsdienst sprake,

Is

niet langer

Nu

sferen

uit.

die is,

wat

nemen

als

een eindig

der geesten, die jubelen

Van

zelf klimt

oneindig hooger, breidt

eisch

en

als

niet slechts

,

majesteit Zijns troons. lijke

godsdienst

de ringmuur,

met uwe medemenschen, met den Hoogheiligen God, en voorts

allereerst alle

uw

valt

geschapen voor een eeuwigheid,

als

doen hebt

te

dan

,

heelal

uit.

dan moogt ge u zelven die

laat leiden.

des aardschen levens zich van zelf in

rijk

het rijk der hemelen

wezen,

hartstochten

waartoe

die ))heihgheid"

bij

uw liefde

maar hoe geheel anders,

zedelijkheid,

Stelt

deze

breidt

door het beginsel der

de

bij

verkort,

toch

plichtsvervulling in

mag

moet,

zijn

hij

hij

de

zich in veel wijder

eerst zedelijk

hij

eeuwig

in dat

om

daarmee de zedeheeten,

Nu

rijk.

doet

den kring des aardschen levens nog

slechts

een stukske af van die oneindige verplichting, die

op

als

rijk

u

der

volkomen nogtans

Gods,

schepsel

geesten, zedelijk

diep

rust. in

is

zijn

slechts

zeg ling,

mij,

ook was zal,

is

straks

den jongeling,

in het

,

stille

het zoo ondenkbaar, in de

,

die, zoolang

een ieder vreugde ingetogenheid, en

dat diezelfde jonge-

wereld uitgaande,

huisgezin

aanzijns,

zoudt voor het oog van

het huisgezin zijn gansche wereld was gaf en lof inoogstte door zijn

eeuwig

het denkbaar dat ge,

deez' engen kring des

onzedelijk

uwen God. Denk u

levend in dat

als

Nu

hoe zedelijk

hij

toch diep onzedelijk blijken

zoodra zich een ander leven met hooger eischen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 152

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's