Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 138

2 minuten leestijd

DE HEEEE ONZE KOTSSTEEN.

136

de dreigende storm niet op. Nog kunt ge de veilige haven binnenglijden,

die in

rotswand zich opent.

zijn

Maar

indien niet. Zoo ge wilt blijven dobberen, zoo ge niet

de «Wachter op de muren" toeroept

u

wat

gelooft,

de woede der

van

orkanen

verlorene! want als

wee dan

komt,

die

u,

de wolken zich saampakken

straks

en de winden loeien en de draaikolken gapen zullen, voort

en

En

dan de woede

en slingert u

drijft

u op den Rotssteen

slaat

baren

Gel, zou dat gevaar niet voor zeer velen

toch,

dreigen?

der

te pletter.

hoever

Helaas,

zijn

we

niet teruggegaan

van

de dagen, toen het hooggestemd Hervormingslied «Een vaste burgt

is

onze God''

ook daarna weder

uit aller ziel

vergeten den

God

zijns heils.

geten

nog

niet.

is

Hij

we

blijven

staan,

wien is

allen

Hij de e

soms

en

Die

Of

in de ziel.

de vraag in

ik

enige

liever, ik

weet

het,

ver-

nimmer naar dien Rotssteen

Een trekken naar dien Rotssteen

uitzagen, zijn weinige.

voelden

gegrepen was? Auh,

Jeschürim vet geworden en heeft

is

Maar

als

we

daarbij niet

uw midden werp

Rotssteen, het

eenig

:

voor

steunsel is? O,

het dan niet, of de «Rotssteen onzes heils" schier van

ieder verlaten wierd, en of

dolen in

de woestijn

zoo

het

schijnt

We

zoeken

,

door

op

zijn

zien rond-

eigen

staf,

eigen stut en steun gedragen.

Rotssteen, maar

ja een

eenige Steenrots ons

we

we eikanderen nog

elk leunend

;,

af,

en hoog

als

wenden van de een berg tasten

ons goud en zilver op en beelden ons in den rots-

berg gaan

te

hebben gevonden.

we

stapelen

voorbij,

we onze

en

Den Rotssteen onzes

heils

op het veld onzer verbeelding

kennis en wetenschap, onze eer

menschen, onze macht en onze

ijdelheid, als holle

op elkander, of ze ons ten Rotssteen

zijn

bij

blokken

mochten. | Ja,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's