O, God! wees mij zondaar genadig! - pagina 10
8
Toch kunnen we ook sprak
ook
ik
van
daarbij niet
een
staan blijven
en daarom
,
Geest onzer
over den
oordeel
eeuw.
De geest eener eeuw is een macht, een macht die hoog als juist in onze eeuw geklommen was. Wat heeft ons geslacht niet op zijn iQ'^e eeuw geboogd, zich over het licht, dat nu ontstoken wierd, verhoovaardigd. Wie niet ijlings meeging in het nieuwe spoor, dien schold men een duisterling, een achterblijver, een bekrompenen mensch. Het was of de arbeid van alle vorige eeuwen saam nauwlijks iets gold bij de Hercules' kracht, die onze eeuw ontwikkelde. Toen ruwheid nu zachtheid van vormen toen barbaarschheid nu beschaving; toen onwetenheid, nu verlichting, zoo zag onze hooggeroemde eeuw minachtend op al haar voorgangsters neer. Alles moest nieuw worden. Nieuw de wetenschap, nieuw de kunst, nieuw de zeden, nieuw zelfs de godsdienst dien men nooit zoo
;
,
,
—
Wie
beleed.
aanbidden,
ging
den,
blijken
meê, zoo
niet
die geest der
eeuw maar machtig gewor-
de mensch minder slecht, elk volk gelukkiger
zou
dan
men deed
nieuwen afgod had ontstoken.
voor haar
haar te traag! humers, zóó luidde de pro-
het
was eenmaal
fetie:
haar opgaande zon te aan-
smaad,
haar
men geen wierook En nog
om
zich niet haastte
dien trof
want niet geloof en wedergeboorte maar licht en hadden de belofte der gouden, der gelukzalige ,
,
beschaving
eeuw En nu
is
,
zoo
geloochenstraft,
reeds
bij
het
vraag
als
ik
een belofte zoo
ooit
,
die profetie
onzer eeuw?
smadelijk
Of droop niet
vallen der eerste regendroppelen haar het veil
blanketsel van de
wangen ? Werd de schande harer naaktheid zijden opperkleed gescheurd werd?
niet openbaar, zoodra het
Spleet niet
den eersten stoot reeds
bij
weer de oude ruwe menschenhart bedekt? chelijk
zou
zijn,
verw Is
alle recht,
ken,
alle
toonen,
niet
nog
die
steeds
die bela-
en smaad,
de diepte van schande
Want,
zie,
vertreden Hgt
eer bezoedeld, alle wilde hartstocht
gruwel mogelijk gebleken.
bruischt uit de diepten van
om het
weenen, tusschen die hoog
eeuw thans wegzonk. alle
het glad vernis,
het niet een tegenstelling,
deed ze ons
opgevijzelde grootspraak en
waarin die
te
Het
is
,
is
uitgebro-
of het zelfs op-
den afgrond, het »Roode kruis,"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's