O, God! wees mij zondaar genadig! - pagina 15
18
wees
hier is
ook
u ten andere op
ik
:
Rechter der gansche aarde
die
van leven en van
e II e e r
d o o d", en gij weet het, ook daarvan bracht dit jaar ons de droeve, de bloedige mare. Wij zagen het niet, wij hoorden het slechts, en toch, hoe bewoog »
(I
het gerucht niet in ons ingewand reeds
ming?
Zie toch, wat duizenden bij
lands
en
Frankrijks
uit
mannen
erve,
de deernis en ontfer-
duizenden niet
Duitsch-
uit
de kracht des
in
alle
denkend aan geen dood dit jaar nog met ons ingegaan, eer Juli kwam, nog aan geen sneuvelen dachten, en die toch, ai mij! nu reeds half verweerd, op vreemden levens,
die,
—
bodem,
in de ruwe aarde nederliggen zonder lijkkist, zonder doodgewaad. En dan nog gestorven met welken dood? O, wien spookte het niet telkens voor zijn verbeelding, daar op die wreede, breede, eindelooze slagvelden, als halmen weggemaaid,
die straks
aan dal
en
frisch
verminking,
selijke
bloeiend
wonde,
mergdoordringende
die
pijn.
die afgrij-
Zóó
nog
de roos, en ziet... een musketschot knalt, een bliksemt, een vuurbol spat uiteen, en badend in hun de
vallen
!
Hij
moeder, de man verre van blik,
die
helden
strijdende
van het lieve vaderland
delijke
En dan wat
krachtig zich bewogen.
als
lemmer bloed
nog
sterven voorafging, die schrijnende
hem
sterft
zijn
,
neder.
vrouw en kinderen. Geen
het uitblazen van den
bij
sneven
Zij
ver
de jongeling verre van zijn
adem
vrien-
steunt.
Geen zachte hand, die het gebroken oog hem toedrukt. Zie, te midden van dien doodendans is de doode zelfs niet heilig meer. Straks holt en draaft en rolt en dreunt het nog met rad en hoel en stormpas over den stervende henen. O! het is goed dat er een God is, voor wien al de gebeden der stervenden opklimmen, en die ook de met het eigen bloed bemorste zijn
tranen
die
samenleekt in
ziende op
Hem
zijn
het veege
flesch.
Hij
zal
ze genadig
oog geloken hebben
Maar moet ook uit hun dood het leven komen, ons ook hun sterven een roepstemme zijn ter opstanding. Want die neergeworpen mannenkracht, die afgesneden jeugd, die neerge,
!
ons, Gel.,
houwen dorpsbevolking ter
slachtbank
Leven en van Dood, naar
zijn
,
ja
,
zelfs
het roept
gaat,
die
welbehagen,
het edel ros
ons
alles
,
dat van de ruif
van dien Heer van
met de kinderen der menschen doet ons met het woord van den
en ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's