Het modernisme - pagina 8
een fata morgana op christelijk gebied ; lezing
10 delooze stad getooid, vol
van plaats
woog
te wisselen
Waar
zich.
En
draal.
monumenten en naalden,
zoo scherp en
om
met wat reeds was verschenen.
straks
Alles be-
een burcht stond, prijkte straks een cathe-
eerst
weerwil van dit vluchtige
in
vol burchten
Steeds doemden nieuwe gebouwen op,
en bouwvallen.
waren de beelden niettemin
,
begrensd, dat het niet anders geleek, of
juist
men
had de stevigste paleizen voor zich."
Maar toch Morgana
gelijk ik zeide
,
wordt de echte
in haar volle pracht
,
genoten, en
alleen op Reggio's zeekust
Minasi^s eigen woorden den indruk terug
,
door
liefst
hem
—
van het wondere vergezicht opgevangen. Nauwlijks, veer schrijft
gestegen, of
op
—
hij
dat ze
in
zoo onge-
was de zon des morgens zoo hoog aan de transen
ter
hoogte
halver
oogenblik,
een
u
geef ik
tot driemalen toe
wind
dat
haar
noch
zenith
had,
bereikt
den zeespiegel
stroom
rimpelde, doemde plotseling uit de blauwe golven een majestueus en heerlijk schouwspel op, dat zich, eindeloos verveelvoudigd, tot toe verbreedde voor mijn blik.
duizelens
verblindenden glans lange reien getooid
kapiteel
en
doken deze weg
stegen
uit
rustend
om
als
arduinen
met
sierlijk
Maar
bogen.
zuiverste
paleizen op,
puien, met het zonlicht door de vensters
Doch ook deze
omhoog.
torens afgespitst
zonken op haar beurt weg
tige gevaarten
daar in
voor machtiger te wijken , en nu
diepte de statigste, de weelderigste
de
op
stralend ,
,
Eerst dansten
an marmeren zuilen , met
met de
overwelfd
allengs
\
om nu
,
prach-
het zeevlak te
openen voor een mengeling van groene dreven, lanen van cypres en myrth, die even spoedig zich weer oplosten, herschapen te
tooverstaf
worden
mij
op
verdwijnend,
in steeds
voor
zoo
kleuren,
,
toen
zag trekken, in vollen wapendos
verdiepend
nieuwe
gelederen.
En
juist in zijn afmetingen, snel
en toch
mij
,
klaar
een
glijdend over de blauw-groene vlakte der zee!
ten
leste
ruiterij
getooid
grijpen
ik
ik
dat
het
of
met
als
wemelende kudden grazend
een legerstoet voor de oogen speelden
voetvolk
daar
in
straks weer
vee op glooiende weiden, die
om
alles
en zag
en zich ik
kon , hel
in zijn
statiglijk
henen-
*)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's