Tweede zestal leerredenen - pagina 113
Want
zal
ik
uitroepen:
hebben
M. H.
bij
al
Naam
des Heeren
XXXII: Sa,
Deut.
Steeds
den
Hij is de Rotssteen. 4a.
het wisselende van dit
aardsche leven de blijvende rotsgevaarten
een heilige
bekoring gehad voor het menschelijk hart.
Ze stortten
door de peilers van graniet, waarmee ze wortelen
in
het hart der aarde, door de vastheid van hun ingewand
en de ongedeerdheid hunner lendenen, een gevoel van het
eeuwige
in onze
uit
verliezen in
dreigt te
wat komt en
al
die
der natuur. huilen
hun
gaat.
rotsgevaarten.
,
Laat
Zij
ziel,
die
gedurig zich zelve
de nooit rustende wisseling van
Immers, bleven,
wat ook wegviel niet die reuzenscheppingen ,
de hagelslag kletteren,
om hun kruin, fier woede der elementen tarten. Al
de wolken losbranden
spitse
die
het aardrijk en kromt het zijn rug, steenlast
om
blijft
beeft
dien loggen
af te werpen, niet de rotssteen verliest zijn
evenwicht stil
de stormen
houde
,
maar als
buigt de aardkorst
voorheen.
weer
in, tot
ze zich
Geslachten gaan aanzijn voet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's