Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 153

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 153

1 minuut leestijd

151

GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.

hem

en nieuwe verzoeking voor

dan

gelijk

aarde

deez'

voor u het eeuwig

onzes Gods zijn

rijk

jongeling de wijde wereld was,

geen betoog, dat

ontsluit.

Welnu, ver-

dien huislijken

bij

men ook

kring; laat

wat voor dien

,

en immers het behoeft

hier zedelijk in dien engen

kring kan zijn, en toch diep-onzedelijk van hart blijken,

zoodra die eeuwige wereld met

met

opent voor ons Alles

hangt

zedelijk"

hart.

welken

in

komen van uw verphchtingen kring, voor het

zin

ge daarmee

Bedoelt

opvat.

de vraag, wat ge met

af van

dus

bedoelt,

zedelijkheid ))

oneindige eischen,

zijn

onpeilbaar diepe verzoekingen, haar poorten

zijn

in

het

uw

woord

het

stipt

na-

deez' eindigen levens-

aantal jaren

luttel

ge

dat hier

uw roeping

moet uw gelijkvloersche deugd wel in botsing komen met de oneindig hooger eischen, die de godsdienst u stelt. Doet ge daarentegen

liggen

natuurlijk,

zal,

de

andere

dit

aardsche

en zegt ge: neen, niet slechts op

keuze, leven,

niet slechts

op

dit

eindig aanzijn

waar van deugd en zedelijkheid sprake

rust mijn oog,

zedelijkheid

is;

dan

is

ook,

is

allereerst zelfs, te leven naar

den eisch des eeuwigen levens, zeer zeker, dan kan er van botsing geen

sprake meer zijn

den naam van «zedelijkheid" wat

dusver

in

,

maar hebt ge ook

slechts gebezigd,

onz' aller schatting als

voor

«heiligheid"

gestempeld stond.

Gaan we echter op dien verleidelijken weg

we

en blijven

»

zedelijkheid'^ opvatten in

den

mede,

niet zin,

waarin

het dusver door elk verstaan werd, dan, ge beseft het, gaat de

weg van den godsdienst en de weg der zede-

lijkheid

geheel uiteen.

Immers

,

met het

laatste is

dan de wereld ons uitgangs-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 153

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's