Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 132

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 132

1 minuut leestijd

DE HEEKE ONZE KOTSSTBEN.

130

mer," de

psalnilied ons

die in elk

de

uit heel

Schrift.

— Reeds

wees ik er op, hoe Frankrijk nog in onze dagen de

van

geschiedenis

en spreekt

tegentrilt,

straks

onneembaarheid der kleine rotssterkte toont, waar

zelfs

vestingen van den eersten rang, als het hardgeteisterd Straatsburg,

En nu, immers zoo

vielen.

vreemdeling in

weervaren,

Israëls

ge geen

zijt

ook daar

of

trof

u diezelfde hardnekkige worsteling, die zich telkens ook

om

rotsburchten ontspon.

zijn

Natuurlijk

met

dat

oog

vooral moest Israël den Rotssteen wel aanzien van het

oogenblik voleind

dat

af,

zoo vraag

ik,

den tocht door de woestijn had

het

Kanaön

en

was

waren de

Want wat,

binnengetogen. spitse

steile,

rotsgevaarten in

Kanaan anders, dan de zetels van die ongenaakbare, onverwinbare burchten, die, in den steenwand uitgehouwen eens door de Enak's reuzen werden bedat

,

woond. en

van den adelaar zingt:

Gelijk Job

vernacht

in

de

woont

» hij

op de scherpte der

steenrotsen,

rotsen zuipen zijn jongen bloed ^)," zoo hadden immers

ook Kanaans volkeren hun vaste burchten nesten

op

de steenrots gelegd.

niet te strijden

gehad

,

Wat

wat bloed niet vergoten

de hooge burchtpoort voor

hem

ontsloot!

zelf

op

om

eiken

aanval

van

hadden

ze op

de Kenieten veroverd,

hooge rotsklippen

die

vastgenesteld

den vijand

te

zong, «hun rotssteen was niet

steen, zelfs

hun vijanden rechters

zijnde

Job 39: 33.

2)

Deut. 32: 31.

,

gereed

weerstaan.

Ja,

want, gelijk

als

Israëls Rots-

").•"

Maar nu, nu

ze zelven in die burchten gezeten waren,

1)

Israël

eer zich

,

Maar ook, hoe

het,

Mozes

had

eenmaal van die burchten meester, zich niet

liad

zij

als adelaars-

strijd

in

de scha-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 132

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's