Tweede zestal leerredenen - pagina 118
,
:
DE HEEEE ONZE ROTSSTEEN.
116
den
zend van
vijand verjagen, tenzij
Rotssteen,
verkocht?"
ze
wachte op den Heere,
roeme voor het ))Dies
bezwijkt
Israël
^)
En
de Heere, onze
daarom,
aangezicht van wie tegen
ge,
ónze Rotssteen,
wijl
zelfs
Israël
vertrouwe op den Heer, en rotssteen
liw
hem niet
treden is
gelijk
onze vijanden rechters zijnde/'
-)
Welaan Gel., trachten we dat «Lied van den Rotssteen" dan ook in ons hart te doen weerklinken en met Israël's geschiedenis voor oogen, ook onze ziel te verkwikken aan de rijke weelde, die die heerlijke naam van den «Heere onze Rotssteen,'^ in zich besluit. Zoe,
ken we
met
Israël
Israël
Israël tijn;
op
bij
Egypte's rotsgroeven op; plaatsen
ons voor zijn
Horeb^s rotsgevaarte; volgen
zwerftocht langs de steenrotsen der woes-
en denken
we
ons
ten
slotte dat
Israël
rotsburchten van Kanaan, en immers het
ken, hoe, indien tot
we we
ons komt,
naam van den
zal
voor de ons
blij-
Rotssteen, Jehovah ook
als
onze levensoorsprong en levensgrond,
onze levensv e r z o r g e r
en levensb e
maar dan ook
s c
her
mer
als
de levensvernietiger, voor wie tégen
Hem
zich keert.
I.
Eerst roep ik u dan naar Egypte henen, M. H.,het
land van Israëls ballingschap, maar ook het land waar
menschelijke
1)
kracht
Deut. 32: 30.
2)
haar wonderen had ten toon ge-
Deut. 32: 31.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's