Het modernisme - pagina 68
een fata morgana op christelijk gebied ; lezing
70
met bewustheid God Drieëenig
te
Godsidé te spreken
eigen
zijn
,
van onvolkomen, voorbereidende de Christelijke kerk de
moeten loochenen, en waagt men het van
als
realiteit
daarboven staande,
dan kan er
geen sprake meer
maar moet
kennis
zijn,
loochenen van een Al wezen, dat, naar
men
voorwendt, boven den God en Vader van onzen Heer Jezus Christus uit zou gaan. 42)
Heidelbergsche Catechismus,
43)
De Orakels en
95.
hooge beteekenis van het Godswoord in de
Schi'ift,
openbaring in tegenstelling met de openbaring in zijn
,
van de eigenlijke
„Das Prophetenthum des Alten Bundes"
p.
44 vgg. met nadrak
Elke verklaring van de prophetische inspiratie, die ter laatster instan-
wijst. tie
Van daar de woordfeiten, waarop KüPERin
behoefte van het menschenhart.
bewijs voor deze
voorstelling
vi'.
de Mantiek der oudheid zijn niet minder dan Shakespere's
maakt
deze reëele woordopenbaring ontkent of onkenbaar
hoe geloovig in den vorm ook
,
aan de rust en den troost
daarom den kinderen der menschen
,
,
die
in zijn openbaring gaf,
vergrijpt zich,
God
de Heere
wijl Hij zelf de
behoefte aan zulk een openbaring den mensch had ingeschapen. tot de mystiek des geestelijken levens.
Het gebed behoort
44)
dat
gebed,
dit
zoo
van invloeden van redeneering
dikwijls het,
smeeken
eigen natuur toont, steeds en onveranderlijk een feit
erkend, en
maar aan
eenige theorie te wijzigen,
Verklaring van dit mystieke
mystiek uit haar
aard
tegen den samenhang van dit te doorzien,
dan kan
dit
gewonen
verklaring
zin nooit te geven, daar alle
met de overige uitingen des geesteUjken levens doel uitsluitend langs Christologischen weg bereikt
Godmenschelijk
waarin de antithese tusschen God en mensch
45)
Ge
God
zegt een
Poogt men daaren-
onttrekt.
feit
worden, door de erkenning van het sfeer,
dit
dit feit de echtheid dier theorie te toetsen.
feit is in
zich aan
vrij, zijn
dan moet
niet dit feit naar
het eisch der theologische wetenschap,
is
is,
Blijkt nu,
te
Wie
hebben.
is
Hij?
is
leven als een levens-
opgeheven.
Bij die
vraag wijst de loo-
geschiemen nu ook doe,
chenaar van een Bijzondere Openbaring uitsluitend op natuur,
denis en inwendig leven. wat men
zegt,
en
levenssfeeren zich
zijn
toont.
Hiermee heb ik
Eaadpleeg ik ,
zegt nu: Zie hoe goed
neemt men
kennis
deel der natuui',
God
niet
is
!
nu de natuur, dan kom
ik tot de
dus tot het geloof der Indianen aan een
Behoudenden en een Vernielenden God. slechts een
mits
zich voorstelle, gelijk zijn werking in die drie
God
erkenning van Liefde en Wreedheid
neemt men
vi'ede,
Maar
dit doet
men
niet.
Wilkeuiig
die feiten waarin liefde spreekt, en
Evenzoo de geschiedenis. Als bron van Gods-
de geschiedenis, maar een
deel uit haar feiten, die
van wijsheid en rechtvaardigheid getuigen, en zegt nu: Zie hoe wijs en rechtvaardig heid.
is
de Heer
!
Dit nu gaat niet aan.
De Godsidé van
het daar voor ons
ligt,
Liefde
,
Dit
is wilkeui'
en oppeiflakkig-
en het veld van natuur en geschiedenis, gelijk
zijn twee.
Weigert men nu met de Christelijke Kerk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's