Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 67

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 67

2 minuten leestijd

!

EUST DER ZIEL BIT DE ONRUST DER TIJDEN.

65

eigen lippen, dat nog aan het einde der wereld

oor-

»

logen en geruchten van oorlogen zullen uitgaan, en een verdrukking wezen zal zoo bang, dat alle geslachten der aarde weenen zullen. En als ze dan toch de mannen onzer eeuw, het onmo,

gelijke ziet

beproeven

den zelfden

tijdgeest,

zwakt;

hoe

ziet,

een arbeid

,

te

waarborgen door

zetten

meer

spanning van Gods

uiterste ja

dat

,

ver-

willen onder

alleen

dan

in het

bloed

neen, dan lacht

kan ze den dorst

maar niettemin dan De hefde voor God moet het en hoogst gebod blijven, en daarom weet ze geen in spreekt zelfs toejuichen,

ze zich verzetten.

eerst

einde voor d en

de

de zonde,

En

k r ij g o n d e r

krijg

die

»

,

zoo lang

God, nog bestaat. nu de gemeente des Ileeren

hangen

laat

wel te gewennen.

m en s ch e n

tegen

vraaat ge, of dan

de handen slap

lige

de

waartoe

met dat onzinnig streven

niet

die daar

in

de schouders

Zoons kon geslicht worden,

Zijns

blijft

den vrede

die het schuldbesef al

noodig bleek,

ontferming

ze

zij

om

,

,

als

om

zich aan dien gru-

Neen, Gel.^ maar

als

het

God ook

verwoesting" heeft erkend, belijdt ze met hei-

vreugde:

den oorlog

»dat die God dan ook machtig te

doen ophouden, den boog

is

te

ontwee te slaan, en de verbranden met vuur." Ook'sHeeren

verbreken, de spies

wagens

te

volk wil vrede, maar vrede door een machtdaad Gods,

midden van Gods oordeelen, de biddende handen naar den hooge op, roepende: o! God der ontfermingen, zie onzen jammer aan, en en daarom heft het,

neem den Engel der »

Ik

te

verschrikking

doe het kwaad," maar ook

spreekt

de

Heer.

»

Ik

van ons

ma ak den vrede,"

Want, neen, nooit zou er een ure

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 67

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's