Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 68

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 68

2 minuten leestijd

EUST DER ZIEL BIJ DE ONRUST DER TIJDEN.

66

van vrede voor de arme menschheid

een wonder Zijner genade wrocht.

Zie

zijn,

zoo God den

nature niet in haar zijn kan, niet als

van

die

vrede,

slechts

om u

te

midden van haar woelen

en vraag wat hartstocht in

dat oog, wat ijverzucht in die

gelaatstrekken, wat ein-

deloos begeeren in die taal des harten spreekt, en im-

mers,

ge

aan zich zelve overgelaten, zou

gevoelt het,

menschheid zich zelve verteren, en als in wilde furie losgelaten een vernieling voor zich zelve zijn. die

nu, nu er een God leeft, die dat begeeren intoomen, dien hartstocht beteugelen kan, nu blijft, nu En wordt dan soms, wierd leeft ze, nu bloeit ze op.

Maar

dan ook nu weer ten,

daarom

want nog die

de

een stroom van dien hartstocht losgela-

vertwijfelt de

blijft

tot

Zijn

gemeente des Heeren

niet,

God der ontfermingen, en

Hij,

vrede inbond. Hij kan, Hij

zal,

de

Hij

volkeren

weer door

ze

,

genade regeeren.

Zóó

is

er een

weet wie gelooft, van waar een einde Zoo juicht de gemeente aan dien jammer komen zal. uitkomst,

zoo

midden der smarten, en, keert de vrede weer. rechten, maar ze niet in herwonnen dankt dat der menschheid weer dankt'dat der gemeente

nog

dan

te

roemt

,

genade

is

geschied.

En nu. Gel., geeft ook uw ziel op dat getuigenis Amen, ook u geldt dan ten slotte die ernstige roepstem: Laat af, spreekt de Heer, en weet dat ik God ben! een

wendt het aangezicht af, zoo ge wel bidden wilt, maar niet aflaat van uw hoogheid; en daarom, ook wat thans u Geen

bidden

baat: de

Heer hoort niet:

Hij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 68

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's