Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 47

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 47

2 minuten leestijd

DER ZIEL

KUST

BIJ

45

DE ONKUST DER TIJDEN.

Maar immers de ziel, die God zoekt^ beklemd worden door elk nieuw gerucht, beklemd dat van dat ijslijk bloedbad tot ons kwam schaamdoor maar veel meer nog door vreeze, niet maar menschl te en schuld. Of, zegt het mij, zoo gij, onheilige

gemeen heeft? moest

wel

reeds ijsdet

de dingen die gebeurden op

bij

beneden-

dit

rond, vermoedt ge dan niets van de veel heiliger smart,

waarmee

die de Liefde zelf is,

Hij,

neergezien'?

Hij,

maar het

het gerucht heeft opgevangen,

aanschouwd.

heeft

Hij,

gewonde opging,

alles^van nabij

wien het roepen van elk

tot

voor

opklom,

beangstigde

op dat bloedbad heeft

de Alomtegenwoordige, die niet slechts

wien

gekerm van

het

vende en het weegeklag van

elk beroofde

gehoord heeft.

schiep dit aardrijk en gaf het der menschheid

Hij

roept met een

en

om

opent haren schoot

het te bouwen, en hoor, die aarde

wrake

elk

den hangen doodsnik van elk ster-

die

stemme van menschelijk bloed om O! wie zal het ons met de

den hooge.

naar

oneindig teedere fijnheid van het goddelijk gevoel des

Ontfermers zeggen, wat zulk een schriklijk schouwspel, der helle alleen waardig, voor

»Wie kent

geweest?

Zijn

Hem

toorn,

krachten?" vraagt de Psalmdichter, kent

ik:

gij

den Barmhartige, wie

— en

ook u vraag

de grimmigheid, waarmee de Heilige Ont-

fermer tegen zulk een gruwel toornen moest ? ge

niet, dat er

dat

Hij

met mij

dit

een inhouding van Zijn toorn

ontferming,

Zijn

besef

dat

nog

dat

na

zulk

een

hoofdstuk van

Maar zijn

voelt

moest,

misdaad

is?

u niet aangaan? die misdaad u niet

dringen?

Ja,

zijn

en dankt ge niet

niet verdelgde,

aardrijk

deez' wereld er

En zou

is

geduchte

[Zijn

lees

dan wat Jacobus

zendbrief schrijft:

tot schul-

in

het

^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 47

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's