Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 172

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 172

2 minuten leestijd

,

170

GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.

gen Geest".

Ziet

toch, als dan God de Heere ons hart besprengd heeft met het water des levens, en het steenen hart is uit ons weggenomen, en zijn Geest is in

ons

binnenste gegeven, dan komt nog zegt:

toekomt,^'

uw

God

uzelven

bekeering,

Neen

dank.

ü

als trof ze

,

Ons

niet.

maar weet uw heiligmaking aan werp die aanklacht niet weg allen geldt ze. Gel., zoolang

we

woord nog niet verstaan ))dat we gerechtvaardigd, maar ook geheiligd zijn

hartaangrijpend

het niet

slechts

den maken, in

Hij

de Ver-

eens

»neem nu het deel des goeds dat u en weet aan God uw verzoening, weet aan

en

leider

dat

daarom,

ge

zijt

hel,

»Ik

zal

Mijn inzettingen wandelt,"

in

gij

Woord nimmer

wiens

,

Maar nu, we hoorden

Heer.'"

als

de

falen

noch

vallen kan.

verloren zoon

het

sprak

En

teruggekeerd, niet

meer op

een stuk van hel Brood des levens voor uzelf

te teren,

zoek dan niet meer op uzelf te wonen,

maar weet het, aan

zijn

eigen

Heer ook u niet anders dan spijzen wil en u met eigen hand dag

dat de

tafel

,

dag elke bete van

bij

Worde zoo hge

Geest"

liefde, elke

bete van heiligheid reikt.

de belijdenis van

u

al

minder

een

hoogheihge kracht des levens u soms geslingerd, dat ge,

,

bij

»

Vader, Zoon en Heiklank,

zal

men?

voor

o,

ontzettend zijn

mij

zoo

een ziel

het verdiepen van

uw

al

voor mij

overvloeiende

schep dan moed,

meer de

schuldbesef, in bangheid klaagt: zal heil,

al

en wordt dan

zooveel

genade stroo-

mijn broeder, en

laat

het

woord u vertroosten, dat de Heer eens in «Ik doe het niet om uwent-

Majesteit sprak:

wil, het

zij

Naam, dien

u bekend, zal Ik

maar mijnen grooten

verheerlijken."

Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's