Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het modernisme - pagina 52

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het modernisme - pagina 52

een fata morgana op christelijk gebied ; lezing

1 minuut leestijd

.

:

54 een scliim in eigen oogen wordt eu, krampachtig de vingeren aan de slapen klemmend,

in

zielsangst

Welnu, daarheen, daarheen

niet?

Ben

uitroept:

ge

drijft

ik of

met u scheep gaan, op den adem van uw ongrijpbaar

En

voort.

ge zegt wel,

,/

de matte

slapen,

schoon!"

Maar met dat

heerlijk koelt

spelen

zijn

al,

die

we

zijn

tastbaar

moet, nu

is,

werkelijkheid toonen,

Eden

HJ

zelfs

mij

verleidelijk

menschen

zichtbaar,

van

ook in wat

ging, het ideaal ons zijn

teloor

of het vervluchtigt in zijn dansende neve-

len zelfs -de bewustheid van ons

M.

zoo

is

menschen,

vleesch en bloed, en daarom, ook in wat

ik

idealisme,

adem

frissche

de golven

in

ben

en voert ge die

zelf,

hart

voor een dichter

als

^^)

Goethe, die nooit den onver-

valschten geur van het Christendom heeft ingedronken, werd soms

de drang naar die

hoe

weet uit

hij,

in

,/

Openbaring in het vleesch"

teerd voor Leonore van

sten,

die

hij

najoeg.

En

meineni

Liede

Este,

voert,

Gij

door liefde ver-

als

de doorluchtige dochter zijns vor-

en waardig wijst

Zacht

terug, alsof zijn dichterhart

slechts jdele idealen

wat antwoordt nu Tasso haar? //Nein, was auch in

/,Es

Ich

wiederklingt,

Het

schuldig!"

tooneele

op Belriguardo ontmoet.

hem

de princes

machtig.

Torquato Tasso, den gelauwerden zanger

zijn

kunsteeuw ten

Italië's

te

zijn

bin

nur

geen holle idealen die

Einer, hij

Einer

alles

najaagt.

schwebt kein geistig unbestimmtes Bild

Ver meiner

Stirne, das

der Seele

Bald sich überglanzend nahte, bald entzöge."

En wat

is

hiervoor

zijn

bewijs?

Hoor

het

in

zijn

eigen

klanken

„Mit meinen Augen hab ich

es

gesehen,

Das Urbild jeder Tugend, jeder Schone." /

,/Een

openbaring van

ook Tasso,

om

aan

zijn

zijn

ideaal in het vleesch,^' vraagt

werkelijkheid te gelooven.

dus

Hij vindt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's

Het modernisme - pagina 52

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's