Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

O, God! wees mij zondaar genadig! - pagina 16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

O, God! wees mij zondaar genadig! - pagina 16

2 minuten leestijd

u toeroept: «Laat dan

ziener

in zijn neusgaten is,

O

de Heer opstaat

als

!

mensch, wiens adem

van den

af

want waarin en

te acliten"?

hij

is

arm

zijn

^)

wordt zoo

uitstrekt,

majestueus een schouwspel ons geboden. Niet slechts de velen,

maar ook de hoogen treft wordt afgesneden. Ook

hand,

zijn

dat

vernam

hun

de levensdraad

dit jaar

ons volk weer,

als

toen nogmaals het heerlijk praalgraf van Oranje zich ontsloot,

niets

en

al

der

,

om

nemen. Immers zegt zoo luide aan Hollands hart, dat alle mensch broos zijn heerlijkheid als gras is, dan die geopende grafkel-

nog een

vorstelijk lijk in zijn doodenzaal

te

schimmen toespreken helaas waarom zoo van een Willem den Zwijger, een

waaruit ons de

verwijtend ons aanstaren? Maurits den Geliefde

,

!

van een Frederik den Stededwinger,

heel

het roemruchtig Heldengeslacht,

rust.

En

der

aarde bijgezet: een

ziel,

op

ook nu werd

dat

ja,

van

die stille groeve

in

in datzelfde graf wederom

een groote

gehefde Vorstin: doorluchte Gemalin

Vorst, dien heel Europa eert: doorluchte Zuster van

van een

een Vorst, dien heel Europa vreest: een vrouw van Vorsten, een zuster ziet,

van

ook

Keizers

zij

nomen door Hem Neen acht

,

die

niet,

dat

moeder van Koningen

was hun kon hun sterven

lieven,

gevoelt

zoo machtig

niet ,

ge,

stil

en toch

,

wordt wegge-

het leven

als

\vat ze niet

uwer

Minder gekend,

en heengaan.

verscheiden

voor ons volk

zij

over Dood en Leven gebiedt. we daarom uw eigen dooden minder

Gel.l maar, dit

schatten

niet

een

,

knakt aan den stengel, en ook

aangrijpen.

Maar wat

voor de gemeente

zijn

ze

konden,

waren het voor u, voor u met luider stem, voor u met nadruk sprekende boden van uw God. U heeft hun sterven aangegrepen, want u waren ze lief. In den rouw, die om hun dood uw hart vervult treden ze nog gedurig voor u

ze

vollen

,

wijzen ze

nog naar den Eeuwige heen,

uw

dierbren, die

ge

missen moest, die ge zoo vurig hadt afgebeden, maar die ge toch ten grave moest dragen op den

wenk van den Almachti-

met die herinnemaar toch, bid ik u, houd u daarbij niet op, niet enkel om uw dooden, maar meer nog om Gods eer en het leven uwer ziel moet die ontroering

gen God. ring

1)

in

O!

uw

Jesaia II

:

ik

hart

22,

begrijp het, wat snaren ik

doe

trillen,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's

O, God! wees mij zondaar genadig! - pagina 16

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's