Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 188

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 188

1 minuut leestijd

HET ONBEWUST ADVENTSGEBED.

186

werden de luchters en uitgedoofd offerdier meer omkransd en geen maagden reiden zich meer en geen jubelivreet ging meer uit den boezem des volks op, en toen kwam schaar, en gebluscht

het

en

offervuur,

geen

de verwoesting en

puinhoop

het heerlijk gebouwte

viel

een

tot

wind en stormen gierden

waarlangs

in één,

Nog

en waarin het nachtgedierte een schuilplaats vond.

een

slechts

den

van

marmerzuil

enkele

reiziger;

den bouwloop

nog

enkele

slechts

maar

te zien,

thans

treft

toch,

als

den bouwval, eenzaam en verlaten

als hij

nu nog

bezoekt,

dan

zal

van

zijn

ge dien gehaven-

bedolven

ligt,

oog

het

lijnen

daar in het stof

uw

gids,

nog de bewoner van Ajasóluk u zeggen: »dat

is

nu de

tempel van Diana!" En nu een

en

van

deed

bouwval gelijk

Eden's

hof was, waarin God woonde

schepsel aan alle plaatse één lied der aanbid-

alle

ding

zoo de schitterende tempel van weleer

dan,

beeld

niet

werd door den

meer, maar een tempelruïne

Van daar

die

oogelijk

die

ren

is,

bij

ontdekken

grootheid,

dat

gegaan, de eenheid

is

geweest.

ligt

En

deez'

vloek.

dien bedolven

aarde gezien,

Geen tempel

deze schepping immers!

aan

zich

uw oog

maar toch de verwoester

heerlijke

vergruizelt

is

in

mengeling van wat schoon en wat onu telkens in de natuur vermoeit. Spo-

menigte

alles

dan

ge

reeds het beeld van

thans

ze

hebt

ruischen,

voor u,

wat

is

verbroken en

eens

een

zuil

is

de glans,

weg de

over stof

der eere

niet slechts verstoring toont ze

en ginds, maar weg

is

tot

van

u hier

bekoring, die

nog wel soms van onder het stof u tegenglinstert, maar even dikwijls u teleurstelt want doodschheid heerscht in waarheid, waar alles u de frischheid des levens be,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 188

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's