Het modernisme - pagina 15
een fata morgana op christelijk gebied ; lezing
17 het Modernisme reeds, maar ook
met
der
noodzakelijklieid
die
den
in
zich
zoo beweerde ik, vertoont dat het naar vaste wet
gelijkheid,
luchtspiegeling
het
liierin,
geestelijken
dampkring
ver-
toonen moest. Alleen de argelooze eenvoud, die alle geschiedenis in een versmelt,
spel
zijn geboorte gaf,
Modernisme
lot-
moedwil het
slechts gril of
kan nog meenen, dat
en dat, zoo slechts Pierson niet gespro-
ken of Opzoomer gezwegen had, er nooit een Modernisme ten onzent zou
Reeds de enkele opmerking, dat het in Noord
zijn ontstaan.
en Zuid, hier en in gindsche werelddeelen, zich schier gelijktijdig vertoonde, maakt zulk een meening volstrekt onhoudbaar, en het
minder onloochenbaar
niet
Alpenland
in het in
Baur,
zijn
Amerika en aan de Kaap op een
gebiedend
schier in eenzelfde de-
dat het
feit,
cennie alom zijn Apostelen opriep,
Duitschland
in
Eenan
zijn
te
men door
noodzakelijkheid, dan dat
bloot van luim of opzet te droomen,
Parker
zijn
zag optreden, wijst te
Colenso
zijn
innerlijke
Strauss,
zijn
Parijs,
de
ooit
ketterij
van het
Modernisme zou kunnen verstaan.
Of dunkt dat
Immers,
kras, riekt
Schleiermacher
strijd
lof
zijn
inlasclite
gezag
dit
gelden,
voor
fatsoenlijke
ons het gist zich
:
hem
,
voeg
vaderschap
van
niet dat
woord
waarin
Rome woord
ik
Welnu,
het woord van in
dien is
te
ketternaam
bij
herinneren,
voor hem,
mocht
humane en hoogst
en in Griekenlands hoofdstad,
hatelijk
door
„ketter^'
oudheid aDe§
dat zeer
er bij,
niet ik,
het Christelijk
zegswijs voorgaat, en
Italië
in
het bracht, te
die
onmisbaar begrip
die
weet hoe de
met de rechtzinnigen ditmaal
dat der Hcidensche
Philosophen
foeilijk
en ge
Vergunt mij u bovendien
^).
niets
teveel naar den mutserd,
stoutweg bezigen dorst?
gezongen hebben.
als
dat de Schrift zelve ons in
wien
u
M. H.,
,
Schleiermacher was het,
die
weer in eere bracht en het leerstelsel
het
„ketterij^' zoo
der modernen zelven,
om
bond,
maar
kent
gij
coryphaeën in
u wat
het
dat woord van
ik
,
betwisten.
Men
ver-
maar gehaat de kwade reuk
monde van Aquinas
spreken, dat een ketter
,/niet
het ver-
slechts door
den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's