Het modernisme - pagina 67
een fata morgana op christelijk gebied ; lezing
69 uieuwe schepping
eoner
Hiermee ken
vindt,
die
ook uitdrukken in haar woordenkeus.
hem
in zijn kringen steeds een
den uitersten grens der voorzichtigheid
tot
heimelij-
open bespreking van de eischen der eeuwigheid
ronde,
tegen
tegenzin
vleit, wil dit
saam dat de moderne
hangt
en wil
drijft,
hij
niet alles bederven, tot vorbloeming zelfs in zijn taal noopt.
Opmerkelijk
^7)
in dit opzicht de verklaring
is
Gids van Augustus zijne
in
van Mr. van Houten in de
„De God der natuurwetenschap,
Blz. 340:
1871,
werkzaamheid aan vaste onveranderlijke wetten gebonden
die
heeft
is,
alle wezenlijke kwaliteiten van den aiouden levenden God verloren en heeft geene zijner aantrekkelijke eigenschappen." Wijl de modernen
hun rekenschap ontkomen kunnen, en deze sub-
nooit aan het subjectieve bij
den gevallen mensch nooit onmiddelijke zekerheid geeft,
jectiviteit in
blijft,
na verwerping van de bijzondere openbaring, elke poging om de transcendentie Gods te redden vruchteloos, terwijl de immanentie op zich zelve nooit tot
God
tot resultaat heeft.
Deze woorden
38)
onderscheiding leiden kan, die de erkenning van een
scherpe
die
eigen leven in
„Das hohe Lied von der Einzige,"
zijn uit zijn
en slaan terug op zijne eerste huwelijk met de dochter van Leonhart te Nie-
Dat werkelijk
deck.
dit
middellijk voorafgaan:
huwelijk bedoeld
natuurlijk
Men
*)
was
ist's,
lette
op de uitdrukking in
dass
wenn mich Laura k ü
zijn
bestond.
um
Sterk
ook, wat
is
Vergelijk
Wesen."
hiermee wat
Lengfeld schreef:
„Was
Ze
is
hij in
sie
van
Ziel
stehe,
tungen gegangen
k ör per
zijn
„Entzückung, an
maar
Traum e werden
ze geeft
ook wezen-
1790, na zijn huwelijk met Fraulein von
Leben führ ich
jetzt!
Mein Dasein
mii'
diese
Tage dahin!
da ich
am
er-
ist."
zelf,
dit
te erkennen, is
ophouden modern te
betuigingen van het tegendeel baten hier niets
in mijn voorstelHng van het
Modernisme
onderstel.
wederzijdsche uiteenzetting van meeningen blijven. dat er slechts één werkelijk levende
nog niet
Jetzt
erstaune ich selbst, wie Alles doch über meine Erwar-
Het spreekt van
stelligste
lijdt
e r will in
Liebe lacheln,
niet slechts,
für ein schönes
aber ruhig und heil gehen reichten
De
slot
wenn
k ör p
of ze voor Schiller wel werkelijk
eine harmonische Gleichheit gerückt, nicht leidenschaftlich gespannt,'
in
''O
Het
titel.
is.
—
s s e t
aan het
staat: „Deine Blicke
mich her zu
heid.
ten
Phantasie aan Laura: Und
über— „stürzen," om eiken twijfel weg te nemen,
Laura,"
die on-
de woorden „der Asche meines Herzens" die aantoonen, dat
het Adelaïde-beeld product van eigen zielsleven
ist
Adelaïde
Matthison's gedicht draagt den naam van
3^)
zijn
woorden
blijkt uit de
is,
„Wie aus hoffungslosen Banden."
God
is,
,
Het moet hier dus
De
zijn.
daar ik die zelf bij
een
Christelijke kerk be-
de Drieëenige.
Waar
deze
gekend wordt, kan er onvolkomen Godskennis maar toch kennis van
den waarachtigen God
,
zijn.
Meent men daarentegen,
gelijk onze
modernen,
:
,'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871
Abraham Kuyper Collection | 75 Pagina's