Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 167

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 167

2 minuten leestijd

die

GODSDIENST EN ZEDELIJKHEID.

165

gelooven, van hun schuld en zonde belijden.

Nog

zou

altijd

men

bij

zulk een

uiting aan een

van overdrijving plaats kunnen geven. ten breeder veld kiezen voor onzen

vermoeden we moe-

Neen, blik,

en

als

dan eenerzij ds de schoonste verheffingen van Gods

ik al-

macht op het gebied des zedelijken levens, de roerendste en andererlof bezinging van zijn vrijmachtige genade leg ,

de zangen nasla

zijds

waarin met een toon van onuit-

,

van zielverterend heimwee,

sprekelijk smartgevoel,

de diepten van het graf

uit

dan vraag

ik

,

wie uwer niet reeds vooruit weet

,

als

het schuldbesef u tegentrilt, ,

dat de

herzang van het schuldbesef een zielsuitgieting van dezelfde lippen zal blijken, die

En

anders

niet

enger

gezichtskring

trekkend,

het

schuldbesef, dat

zijn

zielswroeging

men,

,

hem

van

om

het

zeer

M. H.

den

,

zoo ge, den

geloovige

zelf

thans verteert, vergelijkt

het snijdendst moest

schuldbesef

daarna allengs af te

En

bij

Ook hier immers zou wanen, dat in de ure

weleer.

schier geheel verdween.

genade bezongen.

vrije

bij

oppervlakkig oordeelend,

bekeering

der zijn

Gods

ge het,

vindt

nemen

toch

,

,

tot het eindelijk

niets

is

er

,

dat zoo-

door de ervaring des geloofs wordt weersproken.

Zeer

zeker, de schok,

in

de ure, toen God de

ziel

aangreep, was verpletterend, gelijk een boom, dien men bij den tronk afbouwt, den bodem door zijn val doet dreunen. Maar toch de man in wiens ziel God de Heer daarna met zijn handgreep inging om ook dien afgehouwen tronk der zonde los te woelen, die weet het, hoeveel zwaarder arbeid der ziel het is, als ook de ,

,

wortelen

der

zonde

des

losgewrikt,

en de

worden losgescheurd, en levens de trilling van Gods toorn

vezelen der zonde diepte

worden

fijne

tot in

de

gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's