Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 204

2 minuten leestijd

.

HET ONBEWUST ADVENTSGEBED

202

met-ons, die juist wijl Hij

»God was

in

der eeuwigheid te

Amen brengen kon op dat Adventsgebed der menschheid, dat door geen eindige gifte zich

prijzen/' een jubelend

smooren als

maar roepen

Het,

steeds luider

tot

,

om

een roepen

zijn

die

van

macht,

God.

Hij

dringender,

bewust werd

gekomen, en verbaasd

is

eenvoudig woord, over de wondere werking, over de heilige levens-

smadelijk kruis,

zijn

van

die

geloochende

zijn

droom, maar een

Geen

altijd

zichzelf

wereld over de geheimzinnige kracht, die

heeft zich de

van

bleef,

het in Israël

feit

opstanding uitging.

was het, dat door dien

Messias gewerkt werd, wat dusver vruchteloos was be-

proefd,

de hartstocht beteugeld, het zielsverlangen

als

bevredigd werd, het lijden zelf vertroosting bleek en het

van

jagen

rusteloos

het

hart in

kalmte werd immers voort ook

heilige

verkeerd.

En nu,

dat

wonder

nog

uw

zijn

Goddelijke kracht te tooveren.

voor

oog

gaat

Of hebt ook gij ze wel niet ontmoet die vreemd gewordenen in deez' onrustige wereld uit wier gelaat u een hooger vrede tegenstraalde, door wier traan zich een lach mengde, in wier rustig bijzijn het uzelf zoo rustig werd en wier hart niet meer zuchtte en klaagde, maar juichte in heilige vreugde? Welnu, zoo dikwijls uit de krater van wier hart geen ze u dan bejegenden eindeloos begeeren meer gespuwd werd; bij wien het niet meer het zuigen van een luchtledig, maar het per,

,

,

,

sen van een volheid was; zoo dikwijls ge

dekt

hebt,

die

genkwam met

het

meer jagend

blij

geklank

:

hebben van het Woord des

getast

digen

niet

we u;" zoo

klopte,

dat

dood

dikwijls een

was

zocht, »

er een ont-

maar u

Wat we

te-

gezien en

levens, dat verkon-

menschenhart u tegen-

maar nu

leeft,

arm, maar nu

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's