Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Tweede zestal leerredenen - pagina 48

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweede zestal leerredenen - pagina 48

2 minuten leestijd

KUST DER ZIEL BIJ DE ONRUST DER TIJDEN,

46

»Van waar komen krijgen onder u? Komen

»

niet hiervan, namelijk uit

zij

ten (hartstochten) die in »Gij

hebt

en

begeert,

uw

uwe

niet:

benijdt en

gij

voor dingen, en kunt ze niet verkrijgen, en

vecht ge en voert

wellus-

leden strijd voeren

?

ijvert

daarom

krijg."

Wat, bid ik u, is een krijg, als thans uitbrak, anders dan een eindelijke ontbranding van die gevaarlijke massa hartstocht, die van ons werelddeel

wij,

gij

sints lang

ik, met de bewoners hebben opgehoopt? Nog

en

eens de Cain's zonde, maar nu gen,

geefl

u

hij

zonde eens getoond, onteerend

soms

en

zie,

ge

het

naamlooze ellende

Nu

afmetinheeft

de

viert

ze

de wijzen van haar god-

«Wat

is

zonde?" vroegt

Welaan, trek de grenzen over,

halfgeloovig.

zoo

al

den einde.

lied tot

nu

O!

wat ze vermocht.

haar bloedfestijn en zingt

ge

in reusachtige

aanschouwen.

te

dragen kunt, een

onder de oogen,

deel van

die

en roep het dan

met een verscheurde ziel: ,,Dat is, o, booze zonde! wrange vrucht!" Ziet als een berg is de menschen de zonde als een vuur, rommelend in zijn heid, Thans is zijn krater weer opgeborsten: ingewand.

uit

uw

de berg der zonde heeft vuur gespuwd. slagveld,

zijn

geronnen bloed vuur

in

het doodsdal gestold.

haar uitbarsting

straks

niet

Daar, op het

de lavastroomen uitgegoten,

zieden

en

op,

blijft

koken

in

en met het

Maar

al

houdt

daarom het zelfde zijn ingewand? Of

al neemt die krijg welhaast een daarom het vuur, dat hem ontbranden deed, niet met even felle hitte smeulen onder den bodem der menschheid? Die verzengende bodem,

zonder einde,

beeldspraak,

bUjft

waaruit dat

verteerend

vuur opvlamt,

is

het niet het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's

Tweede zestal leerredenen - pagina 48

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1871

Abraham Kuyper Collection | 213 Pagina's