Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 54
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
5^ ooit het
recht kon
benomen worden, om zoo
te
spreken,
gelijk
zij
spraken.
2.
TEGEN HET BEGINSEL DER KERK.
Ook het getrokken.
beginsel der Kerk
is
door adressanten
in het
geding
,,Het zijn alweder die zeventien leden," zoo toch klagen zij, „die durven verklaren, dat in onze Gemeente, door e^n stelsel van mensc,helijke vinding', waarbij voor geen bijzondere Godsopenbaring plaats wordt gelaten, feiten worden ontkend, alsof eene ontkenning van feiten mogelijk ware." De Kerkeraad mag, althans aan het meerendeel der adressanten, het onrecht niet aandoen, te wanen, dat de laatste uitdrukking met bewustheid onder eigen handteekening bekrachtigd zou zijn. Geen helderziend hoofd toch kan ook maar een oogenblik in ernst
beweren: dat ontkenning van feiten onmogelijk zou zijn. De min aan zelfstandig denken gewende moge, op den klank af, zulk eene geen man van vroede gedachte, vooral ongerijmdheid naspreken, en ook dezulken niet van historischen zin en wijsgeerige ontwikkeling denkt er aan, zulk een woordenspel toch leenden hun handteekening der onnoozelen te doen doorgaan voor echte munt. Haast schroomt de Kerkeraad zich aan ernstige bestrijding van zoo ondoordachte woordspeling te wagen. Of hoe ? Een feit zal niet kunnen ontkend worden ? Was het dan geen feit, dat Simon bar Jona den gebondene voor Gaiaphas rechterstoel kende, en weet niet ieder, hoe onder vervloeking en eedz wering dit feit door hem is ontkend? Was het geen feit, dat Gehazi zilver en wisselkleederen van den Syrischen Veldheer had aangenomen, en leerde men niet als kind reeds, hoe dit feit door hem ontkend werd? Was het geen feit, dat Jacobs liefste kind door zijn broederen verkocht was, en ontkenden de schuldigen niettemin dit feit niet, toen ze logen van den bebloeden rok? Zou het niet schier min ernstig schijnen, zoo aan deze voorbeelden der gewijde geschiedenis, andere uit het leven om ons heen werden toegevoegd? ,, Alsof het mogelijk ware feiten te ontkennen!" Maar wat geschiedt dan dagelijks anders door het kind, dat uit vrees voor straf, ontkent wal het deed? Vanwaar de achterdocht in het maatschappelijk leven, die zwart op wit doet eischen, dan wijl niets gewoner is dan dat daden van koop en verkoop, van toezegging en verbintenis, van afrekening en betaling, bij ontstentenis van document, uit zelfzucht ontkend worden? Zou het stelsel van quitantiegeving niet onverwijld wegvallen, zoo de ontkenning van het feit der gedane betaling onmogelijk ware ? Waartoe de rol van paparassen in onze kantoren van re-
—
—
—
dan om tegen ontkenning van feiten te waken? Ontkenning van feiten zou onmogelijk zijn! En wat
gistratie,
is
in
geheel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's