Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 66
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
:
64 van deze smart schijn van sanctie te geven aan de ergernis, die haar wekt. Het laatste is de Gonscientieuitspraak van de heeren Feringa c. s. De meerderheid des Kerkeraads vindt haar pHchtbesef in eerst-
bedoelde Conscientieuiting vertolkt. Zonder zelf als college aan de zij der gedoleerden te staan, acht daarom de Kerkeraad, dat eerbied voor het innerlijk en onvervreemdbaar recht der Gonscientie hem beletten moet, in een punt van bloot regel op regel administratief karakter, geloof noch belijdenis rakend voor te schrijven, waardoor in zoo teedere zaak, óf de Gonscientie van velen gekrenkt, óf de Gemeente van veler dienst verstoken zou worden. ,
Over het tweede feit, waaruit miskenning van het ambt zou blijken, kan de Kerkeraad korter zijn. Het is door adressanten onder deze bewoording geformuleerd door den vorm beheerscht, gaan zij zoover, van aan de gemeenteleden aan te raden zich te onthouden [van hei bijwonen] van godsdienstoefeningen, waar naar hun oordeel het Bijbelsch Christendom wordt ontkend." Adressanten kennen de verplichtingen, bij de plechtige bevestiging in de Gemeente, onder het jawoord aan God Almachtig, door den ouderling op zich genomen. » alleen
„Inzonderheid is hun ambt mede toezicht te hebben op de leeringen en den wandel van de Dienaren des Woords ten einde alles tot stichting der Gemeente gericht mag worden; en dat geen vreemde leer worde voorgesteld." En evenzoo „om opzicht te hebben op de Gemeente die hun bevolen is, en naarstelijk toe te zien, of een iegelijk zich behoorlijk gedraagt in belijdenis en ,
wandel."
')
Mag dan niet met vertrouwen gevraagd worden, wat door de heeren Feringa c. s. tegen den eisch van zulk een ambt is misdreven ? Sluiten kunnen ze de moderne prediking niet. Ze achten haar niettemin voor het Ghristelijk karakter der Gemeente doodelijk en verwoestend. Ze zijn Ouderlingen. Ze hebben het maanden lang met eigen oog aanschouwd, hoe een talrijke schare gemeenteleden zich om de prediking van enkelen dezer moderne heeren verdringt. De middelen ontbreken, om deze leden der Gemeente op andere wijze toe te spreken. Wat, zoo bidt de Kerkeraad adressanten, zouden de heeren Feringa c. s. dan anders gedaan hebben, dan het eenig middel aangrij-
om door gedrukte circulaire zich den toegang te woningen van wie ze waarschuwen wilden? Wat de uitdrukking «alleen door den vorm beheerscht" aangaat, de Kerkeraad moet deze natuurlijk voor rekening laten van adressanonder bijvoeging der verklaring, dat ten, en doet dit mits dezen,
pen dat hun
restte,
verschaffen tot de
1)
Formulier van de bev. van Ouderl. Ed. Hendrik van de Putte. Amst. p. 192, 3.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's