Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 57
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
55 cientie (waarin God en mensch elkander ontmoeten) een geheel andere moet worden, naar gelang men zijn geestesoog een dier beide lijnen
volgen
laat.
De Kerk zou derhalve
alle
eerlijkheid
den bodem
inslaan,
voor
haar taak niet opgewassen blijken, en meer droomend dan zelfbewust haar doel najagen, zoo ze in dit allesbeheerschend verschil zich onttrok aan de hoogernstige verpUchting om met woorden, voor geen tweeërlei uitlegging vatbaar, verklaren wat zij wil. Ja en neen te kan niet op hetzelfde stuk voor hetzelfde bewustzijn gelden. De maatschappij heeft er recht op, dat de Kerk doe uitkomen, wat men aan haar heeft.
Aan dien
eisch heeft de Kerk voldaan. Voor eene bijzondere Godsopenbaring, mor het wonder verklaarde zich haar woord aller eeuwen en boven haar voorportaal schreef ze onveranderlijk het woord van den lijder der oudheid: ,,Den Almachtige, dien kunnen wij niet uitvinden!" ^) Haar Stichter had haar dit geleerd! „Niemand, dus sprak Hij, kent den Zoon dan de Vader, en niemand kent den Vader dan de Zoon, en wie het de Zoon wil openbaren." ")
Zijn apostelen
hadden haar
dit zinrijke
woord
vertolkt:
«Mij heeft Hij bekend gemaakt, schreef Paulus, deze verborgenheid, die in andere eeuwen den kinderen der menschen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan zijne heilige apostelen." ^) Uit zich zelf, „is er niemand die verstandig is, niemand die God zoekt er is er ook niet tot één toe." Daarom, «nademaal, in de wijsheid Gods de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zoo heeft het God behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die gelooven." ^) •*)
De Kerkvaders hadden
het den Apostel nagesproken.
kennisse Gods is niet vrucht van de wijsheid dezer wereld, maar van wetenschap, waartoe de rede 's menschen geest, die door dwaling verblind is, nooit terug zou hebben gebracht, zoo God zelf niet in zijn barmhartigheid door openbaring in woorden en jeiten hem naar het licht dier hoogere wereld had getrokken." •')
„De
hoogere
die
Luther had het met nieuwe frischheid beleden: -/De rede
noch verstaat
Calvijn
is,
iets
mensch wedergeboren van het goddelijke!" ")
eer de
is,
enkel duisternis
en weet niets
had het onverholen gestaafd:
kennisse Gods, die het menschelijk inzicht geheel ontgaat, wordt alleen openbaring der H. Schrift meegedeeld, zoo zelfs dat de heiligheden des Heeren den mensch dwaasheid dunken, zoolang de H. Geest hem niet verlicht."^)
„De
door de
^) Ef. 3 ") Kom. 3: 11, 12. -) Matth. 11: 27. 23. 3, 4. ^) 21. Augustinxjs, Opera. Tom. I. cd. Plantina. p. 195. Cor. 1 *) M. LuTHEK, Auserlezene Werke. 1855. p. 423. Academicus. L. 111. c. 19. ^) Calv. Inst. rel. Christ. Tom. IX. p. (37. ed. Amst. L. III. c. II. § 20. •)
'')
Job 37: 1
:
:
Contra
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's