De Bartholomeusnacht - pagina 12
dat de blauwe steenen van de kaaije t'eenemaal gemarbelt
schenen
wezen
te
door
het bloed en de hersenen van
deze oude grijsaarts.
„Men twee
heeft daar ook gesien een klein kint van omtrent
jaren,
moorders,
uitgedragen wordende van een van de
dat,
speelde uit onnoselheit aan synen baert,
hem
troetelende en lachte
van dat
plaatse
had
behooren
buik
dit
onnosel schaepke wel compassie
dit
kint
deze barbarische en ver-
met eenen poinjaert door de
en heeft het also in de rivier geworpen,
gesteken
water
het
met
te krijgen, heeft
mensch
duyvelde dat
hi
hem
wel vriendelijcke aan, maar in
te dier plaatse
rood
is
geverwd van het
jonge bloet!"
Wie
en klaagt niet met Vondel's „Rey van
leest dat
Klaerissen" Zoo velt de zicht de korenairen. Zoo schudt een buy de groene blaren, Wanneer het stormt in 't wilde wout. Wat kan de blinde staetzucht brouwen, Wanneer ze raest uit misvertrouwen
Wat
Om
er.
God
luit
zij
zoo schendig dat haer rout
lof!
te
kunnen bijvoegen:
Beduchte Kereke! staek
Uw
kinders sterven
En
dit
waeren:
martelaeren,
eerstelinghen van het zaet
uw bloet gewis zal groeien, En heerlick tot Godt's eer zal bloeien. En door geen tiranny vergaet. Dat
Waar
zijn
Vraag scheen
te
er
uit
hun graven? niet
heilig
naar
voor
!
Ook
het
zoet
van eigen graf
den gevlochten Hugenoot. Geen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's