Bedenkingen tegen de memorie van den Amsterdamschen kerkeraad der Nederduitsch Hervormde gemeente in zake het adres van de heeren G.H. Kuiper c.s. voor den kerkeraad gesteld door A. Kuyper - pagina 57
,,
139
hun diplomatische
Hof en den Bisschop, werkelijk in Op grond hunner oude Belijdenis scheidden zij de Gereformeerden weer van de Dooperschen af. Haemstede werd door den Bisschop van Londen gebannen, en Jacobus Acontius en Emmanuël Deraetrius met enkele andere zijner aanhangers van allen invloed op het kerkelijk leven der gemeente beroofd. Reeds in 1562 werd Nicolaas Carinaeus als tweede en in 1563 Gottact tegenover het
de herstelling der gemeente slaagden.
van Winge als derde predikant naast Delenus beroepen. Door nieuwe vluchtelingen werd de getalsterkte der gemeente telkens uitgebreid. Koningin Elisabeth gaf hun het oude bedehuis in Austrinfriars terug en slechts daarin moest de luister der nieuwe gemeente voor dien der fried
,
oude onderdoen, dat Elisabeth weigerde het Koninklijk decreet van Eduard en dus te bekrachtigen de zelfstandigheid der gemeente loochenend ,
ze aan
,
het oppertoezicht van den Londenschen Bisschop onderwierp.
Toch zou het de gemeente gemeenteleven
niet
ontwikkelen.
te
vergund worden
stil
en geleidelijk haar
Daartoe was haar leven te ongestadig.
Niet één jaar bleef ze die ze was,
maar
wisselde telkens van personeel,
door het gaan en komen van nieuwe ballingen. Eer toch het overblijfsel der
oude gemeente
weer
tot
vasten
vorm gekomen was
reeds spoedig door nieuw-aangekomenen
,
eerst verontrust,
en ten leste geheel overvleugeld. Immers het sprak van toestand eener
stille
gemeente
als zich weleer te
al
zag het zich
dra bedreigd
dat de gemoeds-
Londen gevormd had, een
geheel andere moest zijn dan die der Hervormden
gejaagd,
zelf,
,
,
die
van stad
tot stad op-
de onrust van hun land nog pas in het eigen hart doorleefd
hadden. Van zelf moest de geestelijke ongebondenheid
kweekte, daardoor in vestigde gemeente.
strijd
,
die de vervolging
komen met den geregelden gang der
ge-
Beide stroomingen moesten in den boezem der ééne
gemeente spoedig een worsteling om den voorrang beginnen en het kon of de steeds wassende stroom der nieuwe vluchtelingen niet uitblijven ,
,
moest ten leste het oude bestanddeel der gemeente geheel verdringen. In 1563 vertoonde zich reeds de eerste voorteekenen van dezen strijd toen de bekende Dr. Justus van Velzen een balling uit 's Gravenhage ,
openlijk in
de dus genaamde Prophetie tegen de predikanten Carinaeus
en Delenus optrad en hun inzicht in het stuk der wedergeboorte bestreed.
Van Velzen was
juist een toonbeeld
waartoe het gemis en
eener
van die ongestadigheid des geestes, kerk noodzakelijk brengen moet,
deugdelijke
wel gelukte het den Kerkeraad nog
brengen,
en werd
hem
zijn
tegenspraak tot zwijgen te
door Bisschop Grindall
geland ontzegd, maar de polemiek door
zelfs
het verblijf in En-
hem begonnen,
zou spoedig door
anderen worden opgenomen; de tegenstelling tusschen de oude gemeente en de nieuwe reeks vluchtelingen was door hem slechts openbaar ge-
worden en kon allerminst door van Velzen's heengaan worden bezworen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 87 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 87 Pagina's