Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 29
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
27
De terugkeerende moest boete doen, en deze plechtige boete officieele
in
verklaring documenteeren.
„Ik ondergfeteekcucle, N. N., verklare bij dezen dat ik, mij van het Hervormd kerkgenootschap liebbende afgescheiden, over dezen stap oprecht berouw gevoel. Na rijp beraad verlang ik daarom in de Hervormde gemeente weder te worden opgenomen, en ben gereed mij aan het kerkelijk opzicht, de leering en vermaning van derzelver Herders en opzieners alhier te onderwerpen, belovende voortaan vlijtig gebruik te maken van de openbare godsdienstoefeningen, en onder opzien tot God, mij te gedragen, gelijk een waarheidlievend en zachtmoedig lidmaat der Gemeente betaamt." ^)
tijden zelve, die sinds verliepen, niet de scherpste kinderachtig meesterspelen, waarbij geen enkel beginsel gezocht en een gepeild, slechts voldoening voor eigen gei'aaktheid «zachtmoedigheid" geëischt werd, waaraan men zich zelf kortaf speende?
Ligt in
over
critiek
de
dit
Toch bood deze terugkeer nog een andere schoone kans! Zouden de boetvaardigen in hun overmate van gedweeheid, niet Kon men door hun intot » klappen uit het boek" te bewegen zijn? termediair geen stoffe opzamelen, om zijn ongunstig oordeel over de Afscheiding te staven? Heeren predikanten vonden dit denkbeeld nog zoo verwerpelijk niet, en dreven dies bij den Kerkeraad een bepaling door van dezen
inhoud
:
zullen genoemde predikanten onderling zoeken na te speuren ,, Vooral of de afgescheidene tot zijn terugkeer gebracht is geworden door eenigen maatregel van de zijde dergenen die zich noemen „opzieners der gemeente Jesu Christi." ",
Op wat wijs deze last werd uitgevoerd, toont het voorbeeld van den heer F. VV. Egeling. Over het beginsel der afscheiding was geen woord met hem gewisseld,
maar
aanstonds, na zijn bereidverklaring tot terugkeer, hem ))of ook hem eenige onaangename maatreder afgescheidenen aanleiding hadden gegeven
al
de vraag voorgelegd: gelen van de zijde tot zijn besluit?" lijk
Hij
3)
niets onvriendelijks
wellicht in de
dan
En
ja,
z.
niet ordelijk
ontkende dit ten stelligste. Toch hield wedervaren!
—
Gemeente
iets
geschied, dat
Hem
hij
men niet
was persoonaan.
Was
er
goedkeurde?
dat het laatste beroep van een predikant werd erkend was toegegaan *). Maar nog had men er het zijne niet van. Of dan wellicht »de geschriften van den heer Groen van Prinsterer" hem hadden geïnfluenceerd? vroeg men verder. ^) Dit was den i.
toen
,
—
heer Egeling te veel. Hij weigerde op zoo inquisitoriale vragen het antwoord, en verklaarde kortweg, dat hij terugkeerde, wijl hij inzag^ dat de Kerk nog niet geheel vervallen was, al stemde hij volkomen in met de klacht van Ds. Molenaar over het droeve van den leeraarsstand. '') Dat ging niet! ,,De Commissie deed hem opmerken, dat hij nu weder uiterst gestreng en liefdeloos over anderen oordeelde, zich schuldig maakte aan betweteri.i; terwijl hij ten hoogste verschoonend over zijn eigen liefdeloosheid toonde te oordeelen." ') 1)
Act. Bijz. Kerk.
Bijz. Kerk. 4o. 402.
*)
XXXVI.
p.
227. gearresteerd, zie Ib. p. 292.
Ib. p. 441. Rep. Bijz. Kerk. '^o. b\^.
*)
Ib.
5)
Ib.
-) -')
Ib. p. 227. Rep. Ib. p. 442.
')
Ib.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's