Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 46
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
:
44
werd hem zoo euvel geduid, dat. geheel de vergadering tegen hem kwam, in toorn tegen hem losbarstte, en het schandaal zoo hoog fjiep, dat men de raamluiken aan den Damkant sluiten moest, stel
in opstand
om
gerucht naar buiten
Vooral echter vatte
te
voorkomen.
men
post aan
om toch scherpelijk toe te zien, K e r k e r a a d s d binnensloop.
de deur der Kerkekamer, één der rebelleerenden als
dat niet
1 i
Reeds vroeger was
exclusivisme in zwang gekomen. op de heeren Pierson en de Marez Oyens, als Da Costianen en Bestuursleden der bedoelde Vej-eeniging toegepast. Destijds was de Algemeene Kerkeraad voor het verkiezingswerk in twee reeksen van drie sectiën ingedeeld, die onder den titel van Kerkelijke en Diaconale gezelschappen wettig deel uitmaakten van het
Het
werd het
dit
eerst
Kerkelijk organisme. ^) In deze Gezelschappen
werden de nominotiën gesmeed, waaruit dan later de Kerkeraad benoemde. Nu waren in 1844 door de Diaconale gezelschappen onder anderen voorgedragen de Oud-Diakenen Pierson en de Marez Oyens. Deze voordracht ontmoette tegenstand bij het S^ Kerkelijk Gezelschap, hetwelk bij deputatie aan Gezelschap ^o. S herichüe » dat men de voordracht van Br. Diaconen, voorzooveel betrof de B. B. Oud-Diakenen Pierson en de Marez Oyens niet kon goedkeuren, uit hoofde hunner antikerkelijke handelingen. ~) No. 3" » Gezelschap vereenigl zich hiermede en besluit aan Diakenen te berichten, dat genoemde heeren «wegens hun anti-kerkelijke handelingen niet kunnen worden toegelaten, om als leden van den Breeden Kerkeraad zitting te nemen." ^) «Diaconaal gezelschap No. 2" meent hierin niet te moaten berusten, maar blijft bij het tweede en derde «Kerkelijk gezelschap" op nomineering van de gewraakte personen aandringen. Toch denkt men niet aan toegeven, en beroept zich op art. 19 eener histructie van den Algemeenen Kerkeraad d.d. 31Januari 1833, ^) dus luidend: „Waauer door een of meer dezer gezelschappen tegen een of meer der gepresenteerdeu bedeukingen of bezwaren mochten worden ini^ebracht en deze niet naar genoegen kunnen weggenomen worden, zal men zoodanige persoon of personen niet mogen vragen." ^)
De missive waarbij bracht luidde als volgt:
dit ter
kennisse van de 2e Afdeeling
werd ge-
„Het kerkelijk gezelschap der 3de afdeeling heeft de eer het kerkelijk gezelschap der 2de afdeeling te berichten, dat hetzelve zijne gemaakte bedenkingen niet kan terugnemen, omdat zij door BB. Diakenen niet z'ijn opgelost; dat hetzelve tegen de handelwijze van diakenen blijft protesteeren en dus de lijst der gepresenteerden, zooals die daar ligt, niet overneemt." •>)
^)
Zie
Huishoud.
*) 6)
Eegl.
voor den Algem. Kerk. der Ned. Herv. Gem. te Amst. Derde Kerk. Gez., I. d. d. 9 Dec. 1844, art. 3. Ib. art. 5. *) Ib. d.d. 13 Januari 1845. =) Acta Algem. Kerk. IV. p. 252. Act. Kerk. Gez., No. 3, II, dd. 5 Febr. 1845, art. 6.
1864, art. 2, 3, 4.
")
Act.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's