Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 7
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
hunnen betrekking
als ouderlingen aan de gemeenteleden bekend te zonder afstand te doen van hunnen werkkring zich onttrekken aan de plichten, verbonden aan het ambt dat zij bekleeden. Het zijn zeventien leden van uw college, die bij herhaald noemen van den naam van Jezus den staf breken, en een oordeel uitspreken over de gewetensvrijheid van anders denkenden.
in
culaire
maken
dat
,
zij
,
,
maken gebruik van eenen naam, die ons is voorgegaan vorm en met volkomen vrijheid van overtuiging.
Zij
in onbegrensde
liefde zonder
Het zijn al weder die zeventien leden, die durven verklaren, dat in onze gemeente door een stelsel van menschelijke vinding waarbij voor goene bizondere Godsopenbaring plaats gelaten wordt, feiten worden ontkend, als of eene ontkenning van feiten mogelijk ware alleen door de vorm bcheerscht, gaan zij zoo ver, van aan de gemeente leden aan te raden, zich te onthouden van godsdienstoefeningen, waar, naar hun oordeel het bijbelsch Christendom wordt ontkend. ,
;
Het zijn eindelijk zeventien leden van uwe vergadering, die een deel onzer predikanten, die wij als eerlijke mannen erkennen, en voor de kerk zoo wel als voor de maatschappij waardeeren, beschuldigen van oneerlijkheid, door te wijzen op de verklaring die zij bij de aanvaarding van hunne bediening hebben afgelegd en onderteekend. Wij vragen, of deze hanaeling zonder veroordeeling van uwe zijde mag plaats rust, die in de gemeente heerscht, ook bij verschil van opvatting op deze wijze moet worden gestoord. hebben, en of de
Wij vragen of, deze wijze van handelen, van een deel van uw college aan wie kerkelijke en godsdienstige belangen der gemeente zijn toevertrouwd, bevorderlijk kan zijn aan haar bloei, en of op deze wijze het gemeente leven kan worden bevorderd. Wij vragen of het uwe goedkeuring verdient, dat zulk een zaad van tweedracht, door een deel van uw college wordt gestrooid in eene kerkelijke gemeente, die als de grootste in ons vaderland de toon van eensgezindheid behoorde aan te geven. Wij vragen, wat zullen de gevolgen zijn, en welk een indruk zal soortgelijke eenzijdige beschouwingen en verkorting der rechten van de vrijheid te weeg brengen, bij de jeugdige en aanstaande leden der gemeente, wier toetreding nu reeds door eene beperkte opvatting wordt bemoeilijkt.
Hoe ook onze zienswijze in sommige opzichten mogen verschillen, vertrouwen U, WelEdele Heeren, als eerlijke mannen en met het oog op onze te-
wij van
derste belangen
op de gestelde vragen een onpartijdig en open antwoord.
Amsterdam, 10 April 1872. (w. get.) G.
De
H.
KUIPEE
e.
s.
H. Willemse, J. H. Beijer en W. B. van Rijswijk hebben sinds vergissing het adres geteekend te hebben en verzocht dat men hunne
heeren
verklaard
bij
namen zou
roijeren.
3. Missive van
Mejufvrouw
G.
S.
Dikken
c.
s.
Aan den Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Amsterdam. De ondergeteekenden vrouwelijke leden van de Nederduitsche Hervormde Gemeente te Amsterdam, wenschen krachtig te ondersteunen het bij deze inge,
zonde protest aan den Kerkeraad, in betrekking tot de circulaire van de zeventien ouderlingen der gemeente. Amsterdam den 10 April 1872. (w. g.) C. S. DiKKEN CS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's