Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 24
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
99
1830
ervaren,
zich bij
een
der predikanten vervoegd hebbende^ worden toegelaten, van dezen ten bescheid ontving: dat hij, na raadpleging met collega's, dit verzoek weigeren moest, en voorts Dr. Kohlbrugge, ))dien hij persoonlijk als iemand van onbesproken gedrag kende", naar den Kerkeraad der Hersteld-Luthersche gemeente verwees, om met attest van dat College voor den vollen Kerkeraad der Hervormden te verschijnen. ^) Een
om
die,
ter aflegging van
belijdenis
te
mm
vriendelijk bescheid, straks door geheel het ministerie van predikanten tot het zijne gemaakt, toen eenige gemeenteleden, op hun
om
verzoek,
voor een enkel
maal Dr. Kohlbrugge den kansel af te staan, dit antwoord ontvingen: ))Het Ministerie heeft geoor-
schriftelijk
deeld den heer Kohlbrugge geen predikbeurt te kunnen als zijnde Z.Ed. noch als predikant noch als lid der Hervormde Kerk bekend.-) afstaan,
Dit
gebrek aan humaniteit
laat zich gereedelijk verklaren uit den dunk, die ten opzichte der ))i-echtzinnigen" bij den Kerkeraad bestond. Blijkbaar werd men beheerscht door den waan dat onheusch en onwellevend te zijn van rechtzinnigheid onafscheidelijk was. Althans, zelden komt de Kerkeraad met de klagende partij
nam
gunstigen
m
nauwer contact, of er is met zekere verwondering sprake van de heuschheid, waarmee men van rechtzinnige zij was bejegend. Wat bij ontmoeting met elk ander stilzwijgend ^zou ondersteld ''zijn, moet te hunnen
opzichte
vermeld
als
iets
waarop
geen
rekening
scheen.
gemaakt
^
Ter toelichting diene een drietal voorbeelden uit de verschillende phasen van den strijd. ^n '1844 had de Kerkeraad een Commissie benoemd, bestaande uit de heeren Muntendam en Lotz, om met den heer Mr. Backer te confereeren over een circulaire door dezen in de Gemeente verspreifl. blijkbaar had de Commissie zich op het ergste bij deze ontmoeting voorbereid. Immers de ontvangst bij den heer Backer viel haar zoo verrassend meê, dat ze zich gedrongen gevoelde haar rapport ^^ aan den Kerkeraad aldus te openen: _
W
a,r,
if
h«,ï
nll ^^^^^T""^^
hoogelijk roemen en ter kennisse uwer vergadering bren-
Zm gerntn\"ee7t^-)
''^
'"^ '"'' ^'"'"' ^" ^' welwillend&id
Jlke
zij
Wat bij elke andere conferentie vanzelf sprak, moet hier als onverwachts, opzettelijk, niet zonder een toon van verwondering, vermeld, en als iets nieuws Her kennisse der vergadering qebrachtr boortgehjke verklaring gaf een Commissie in 1852 door den Kerkeraad benoemd, ten einde met Dr. Schwartz te contereeren over het Avondmaalsbediening in de Vrije Schotsche Kerk. Ditm?.i maal nJo/''' met den aanhef, maar aan het slot van zijn rapport, plaatst ,
iets
m
^)
llrco^ie^aa^wPz?/?,?'^^!:
^t ^'f^f^'^^'P
^^
'^^
^^'•^- (^^rneente
wilkewig
belet.
^A\.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's