Het vergrijp der zeventien ouderlingen. - pagina 65
65
Wil men
over
sclirijven
liet
van den heer
W.
P.
Scholteu
oordeelen, zie het hier.
Aan den Eerwaardigen Kerkeraad der Gereformeerde Gemeente
van Amsterdam.
Eerwaardige Heeren!', Indien onze Gereformeerde of
Hervormde Kerk nog ecne
waarvoor ik vermoed dat uwe vergadering den
de ondergeteekende aan uwe vergadering voor te
kerk
Christelijke
is^
wil gehouden hebben, zoo wenscht
titel
om
stellen,
eens
Spijker
ds.
te
hooren op de levensvraag omtrent de goddelijke natuur van onzen eeuwig gezegen-
den
Verlosser.
meer dan de naaste aan God,
Is toch Christus niet
God en het eeuwige
het vleesch, niet de waarachtige
hem,
als zich üelfs
Gode
gelijk
makende,
niet
God geopenbaard
in
de Joden
zoudeu
leven; dan
van godslastering hebben beschul-
te recht
digd en veroordeeld. daar Hij naar de duidelijke uitspraken van Gods heilig
Maar
Woord wien
dat
bij
engelen
alle
moeten
God
allen die
was, het
Gods
hem
Woord
dat
moeten aanbidden,
als
Woord,
is,
God was; de Schepper van hemel en onze
groote
het
aarde,
God en Zaligmaker, zoo
den zoodanige niet erkennen, gehouden worden voor ver-
loochenaars van Christus en van God, want er staat geschreven: die den Zoon
loo-
chent, heeft ook den Vader niet.
Dat met het vasthouden
aan, of
verwerpen van de
te betoogcn,
en
indien
het
dus eeue
valt, dat Ds. Spijker die leer, het
werpt,
moet
zoo
ik
aan
daadzaak
leer
der
heilige
uwe vergadering
heid, de Christelijke kerk staat of valt, zal ik voor
welke bijna niet
is,
fnndament van de
uwe vergadering de vraag
Christelijke
Drieëen-
niet behoeven te betwijfelen
godsdienst,
voorstellen, of ZijnEerw,
ver-
met
dusdanige gevoelens in de dienst der Gereformeerde kerk kan blijven, en of het niet werkelijk
deelnemen
is
aan de verloochening van onzen eenigen en dierbaren Ver-
losser en Zaligmaker, als leeraars
van onze Gereformeerde
Christelijke
kerk ambt-
genoten nevens zich dulden, die Christus verloochenen!
Indien geven,
uwe vergadering zwarigheid mocht maken, aan mijn
verwacht ik van haar een gemotiveerd
weigerend
voorstel
gevolg te
antwoord, ten einde mij
daarnaar te gedi-agen.
Ik eindig dezen met den hartelijken wensch en de bede, dat uwe vergadering op dit mijn voorstel zoodanig besluit
moge nemen,
als
het meest strekken kan, tot eer
en verheerlijking van den Eenigen, Eeuwigen en Drieëenigen God, Vader, Heiligen Geest, en tot heil van de Gereformeerde Christelijke kerk
Amsterdam, 15 Mei 1843. ^)
Hep. van
losse. stiiJcJcen.
C
P. 2.
Zoon en
^),
W. Scholten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's