Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 47
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
45 1848 draagt liet :2^. Diac. Gezelschap dezelfde heeren weer Even vruchteloos. «Kerkelijk gezelschap N'j. o" zendt de voordracht terug met de bedenking: »om de heeren Pierson en de Marez In
voor.
Oyens voor
dit jaar
i852
te passeeren."
^)
Groenewegen die, gepresenteerd door Kerkelijk Gezelschap N». 2, krachtens besluit van het 3e Kerkelijk Gezelschap » gepasseerd" werd. In
trof gelijk lot den heer
Recht tot zijn bloei echter kwam dit exclusivisme eerst door de zwarte lijst", van protesteerenden tegen het beroep van Ds. Meyboom. Reeds in December 1853 besloot het 3^ Kerkelijk Gezelschap de namen te schrappen, die ook gevonden werden op de ingekomen protesten tegen het beroep van Ds. Meijboom. Geweerd werden dien ten gevolge de 11.11.: J. C. Groenewegen, G. van der Weijden ,lun., J. Dinger, F. Palmboom, A. Kreulen; en van de benoeming uitgesloten de Oud-Kerkeraadsleden S. Willeumier Jr., J. L. Gregory Pierson en G. H. de Marez Oyens. -) Alleen de heer A. Kreulen werd van dit doodenregister weer op de lijst der «beschikbaren" gebracht. Het bleek, dat hij zich niet tegen den Kerkeraad had bezondigd. In der ijl had men zich vergist. Het 2e Diaconaal Gezelschap had de eer dezer eerherstelling. Zijn opmerking was door «nauwkeurig onderzoek^' der lijst uitgelokt. "') In 1854 worden de heeren Pierson en Willeumier weer voorgedragen en nogmaals geweerd. '^) In 185G is de heer Palmboom de schuldige, niet wijl men iveet, maar wijl men meent", dat hij behoort lot de adressanten.^) In i859 is de heer Groenewegen voorgesteld. Dit geeft Ds. Meyboom aanleiding tot de vraag » welke zijne houding zal wezen tegenover den genomineerden heer Groenewegen, onderteekenaar van het bewuste adres, aan den Alg. Kerkeraad in het jaar i854, daar in dit adres personaliteiten tegen Z. Eerw. voorkomen? Zoo deze onverhoopt tot ouderling der Gemeente mocht benoemd worden, zoo voorziet Z. Eerw. daarin mogelijke botsing." ^) Ds. van Limburg Brouwer verwijst hem naar de Commissie van onderzoek. «Ds. Meyboom zal den hem aangewezen weg bewandelde, waartoe door hem staande de vergadering de noodige maatregelen genomen worden." ") Eindelijk lezen we in de acte van 1860: ))
))
:
Ds. van Limburg Brouwer, welke door andere leden ondersteund wordt, verlangt het royement van den heer J. H. van der Linden, urn rede dat dit reeds met hem in het vorige jaar heeft plaats gehad, als ouderteekenaar van de onbetamelijke adressen, indertijd aan den Kerkeraad tegen haar bestuur ingediend. 8)
Er
blijkt
dus:
Niet ter wille van eenig
geestelijk beginsel,
Ib. dd. -20 November 181.8. -) Ib. dd. 12 Dec. IS'hi, art. 3. Ib. dd. 9 Januari 1854, art. G. ') Ib. dd. 21 December 1854, art. 2. ') Ib. dd. 8 Dec. ") ') Ib. art. 5b. 1856, art. 3. Ib. dd. 24 October 1859. art. 5. ^) Ib. 24 September 1860, art. 7. Terloops is deze quaestic zelfs in den Broeden kerkeraad tur sprake gebracht. Zie Jet. AUj. Kerk. V. p. 315. ')
^)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's