Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 72
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
70 de
geloofsmoed, waarmee
hij
die bepleit,
niet die
overtuiging
heeft naar Jezus' oordeel op eerbiediging van den
zelve
tegenstander
aanspraak.
Zoo leert ons het Evangelie! Simon bar Jona had een overtuiging,
dat het teeken des Kruises Jezus liet hem deze overtuiging „Ga achter niet, maar bestrafte hem met het zielaangrijpend woord: mij, Sathan! want gij bedenkt niet de dingen die Gods, maar die der in
Messias-beeld
het
niet
voegde.
menschen zijn!" De zonen van Zebedeüs
hadden een overtuiging, dat vuur de vlekken verteren moest, die Jezus uitwierpen. De Heer tast die kranke overtuiging onverbiddelijk aan door den snijdenden toeroep: „Gij weet niet van wat geest gij zijt!" Het Israël dier dagen had een overtuiging, dat men geen kranke op den Sabbath mocht genezen, en Jezus veroordeelt niet slechts zoo onheilige wetsverkrachting, maar tast ze feitelijk aan. Een jongeling in die dagen had de overtuiging dat het lijk zijns vaders ter aarde moest gedragen, eer hij Jezus volgen kon, en Jezus
breekt den staf over zoo halfslachtige overtuiging, zeggende: slaat de dooden hun dooden begraven; gij, volg den roep van het Koninkrijk Gods!^'
Er was een overtuiging onder Jezus volgelingen, dat de banden des geestes wijken moesten voor de heilige banden des bloeds, en Jezus veroordeelt deze zienswijs, als het, zoo schijnbaar hard, van zijn lippen heet: ))Wie vader of moeder liefheeft boven mij is mijns niet waardig." Er heerschte een overtuiging, dat de Messias slechts vrede, rust en eendracht kon brengen, en Jezus snijdt die meening af, door zijn ontzettend woord: sMeent niet dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen, neen, zeg ik u, maar het zwaard. Ik ben gekomen om de aarde met vuur te doopen, en wel mij, zoo het aireede brandt. Gekomen ben ik om den mensch tweedrachtig te maken, de moeder tegen hare dochter en den vader tegen den zoon!"^) Er bestond een overtuiging in die dagen, dat de Messias, komende, aanstonds het koninkrijk van Israël in ouden luister herstellen zou, en Jezus spaart die overtuiging niet, maar veroordeelt ze als onheilig en bestraft met ernst een iegelijk, op wiens lippen Hij ze vindt. Er bestond, om niet meer te noemen, een secte der Pharizeën, met een eigen gedachtenstelsel, eigen overtuiging en levensbeschou-
en toch, verre van deze secte te ontzien, breekt Jezus veeleer, ze ook ontmoet, den staf over hunne inzichten, bestrijdt hun zienswijs op elke schrede van zijn weg, en spaart ze het harde woord wing,
waar niet:
Hij
Wee
u,
Schriftgeleerden en Pharizeën!
gij
gij
adde-
rengeb ro edsels! Zelfs zijn
«Oordeelt
niet,
opdat
gij
niet geoordeeld
uitsluitend van het oordeel over de intentie des harten,
1)
Matth. 10:
34.
Luk.
12: 61.
wordt" geldt en kan nooit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's