Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 64
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
, ,
621
c.
de huishoudelijke reglementen, die door den Kerkeraad ge-
arresteerd, ter kennisse zijn gebracht van het Classicaal Bestuur. de verplichting waarvan sprake is, Is nu bij niet één dezer regeld, dan volgt hieruit, c.
dat de gewraakte daad
voor geen kerkelijke rechtbank
s.
komen
ge-
der heeren Feringa
kan.
Dit geldt niet slechts van het bijwonen der predicatiën, maar evenzeer van het assisteeren bij de Sacramenten van Doop en Avondmaal. Ook deze verplichting bestaat slechts bij usantie en is kerkelijk niet geregeld.
Niet in het Synodaal Reglement. ,.Aan de ouderlingen is opgedragen lo. de behartiging van de belangen van de openbare eeredienst; 2o. de bevordering en het toezicht op het godsdienstonderwijs; het medetoezicht op de leden der Gemeente; 4o. ijverige medewerking met de predikanten in alles wat aan de Christelijke opbouwing der Gemeente dienstig kan zijn." ')
Niet in het Provinciaal
Reglement.
„Aan de ouderlingen is opgedragen de behartiging van de belangen der openbare Godsvereering, de bevordering van en het toezicht op het godsdienstonderwijs, het medetoezicht op de leden der Gemeente en ijverige medewerking met de predikanten in alles, wat aan de Christelijke opbouwing der Gemeente kan dienstig zijn." '\ Niet in het Huishoudelijk Reglement van den Amsterdamschen Kerkeraad^ waarin van Doop noch Avondmaal sprake is. Ook niet ten slotte in de » Instructie voor de Bediening des Doops'^ waarin van geen assisteerenden ouderling gerept wordt, noch ook in de «Instructie voor de Avondmaalsbediening," die eenvoudig niet bestaat.
Zoolang dus deze twee onweerlegbaar zijn: én dat hier slechts sprake is van een bepaling des Presbyteries, én dat de bepalingen van het Presbyterie geen officieel karakter dragen, zou elke poging van
—
den Kerkeraad om de heeren Feringa c. s. in rechten te belrekken doelloos en niet ontvankelijk zijn. Op 's Rerkeraadsweg zou slechts deze drievoudige maatregel kunnen liggen: Of dat de Kerkeraad bij eigen instructie de bijwoning van den ,
dienst verplichtend stelde.
Of dat de Kerkeraad de presbyteriale bepalingen als Kerkeraadsovernam. Of dat de Kerkeraad het presbyterie uitnoodigde, om voor handhaving zijner bepalingen te waken. Terugwerkende kracht zou dit op het geval in quaestie natuurlijk toch nooit kunnen oefenen. Eerst zoo de heeren Feringa c. s. zich na zoodanige regeling, weigerachtig betoonden, zou de weg van instructie
rechten openstaan.
ï)
Syn. Regl. Kerk. Art. 25.
^)
Prov. Regl. N. Holland. Art. 31.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's