Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 31
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
!
!
29 zending van liefdegaven, twee missives, de ééne van den heer Graaf [liiiroii] van Zuylen van Nyevelt, de andere van den heer Dr. van der Feen, » inhoudende klachten tegen de leden des Kerkeraads, welke niet zorgen, dat de leer der Gereformeerde kerk in deze Gemeente gehandhaafd wordt, met verzoek tevens dat de oude beproefde waarheid weer in eere worde gebracht." ^) Dit wekte toorn. Men maakte zich in den Kerkeraad boos, en verklaarde: met verontwaardiging gelezen
had, als zijnde de en tevens voor de vergadering beleedigend."-) Weshalve „men zijn aandacht zulke geschriften niet waardig keurde en hoopt dat diakenen voortaan ook in diervoege met zulke schotschriften handelen zouden."-^) Er moet paal en perk gesteld worden aan „dat „(lat
inhoud
uieu deze brievea
geheel beneden
alle
waardigheid
uitbraken van allerlei laster."^)
Van een letter antwoords natuurlijk geen sprake. Seponeeren! werden de schrijvers dier » Schotschrilten'^ niet vervaard In de vergadering van 18 Mei 1843 lag er weer zulk een libel Toch
Het was van de hand des heeren P. W. Schol ten. Ongelukkigerwijs scheen deze het nog erger te hebben gemaakt dan zijn voorgangers, hnmers men leest in de acten:
ter
tafel.
„Is ingekomen een brief van P. W. Scholteu (sic) welks inhoud van dien aard is, dat dezelve in onze vergadering niet mocht behaadeld worden, waarvan aan ZEd. onverwijld kennis wordt gegeven, terwijl genoemde brief met het antwoord op denzelven onder de archieven van den Kerkeraad verzegeld is neergelegd." ^)
Wil men
over
het schrijven van den heer P.
W.
Scholten oor-
deelen, zie het hier.
Aan den Eerwaardigen Kerkeraad der Gereformeerde Gemeente van Amsterdam. Eerwaardige Heeren Gereformeerde of Hervormde kerk nog eene Christelijke kerk is, waarvoor ik vermoed dat uwe vergadering den titel wil gehouden hebben, zoo wenscht de ondergeteekeude aan uwe vergadering voor te stellen, om Ds. Spijker eens te hooren op de levensvraag omtrent de goddelijke natuur van onzen eeuwig gezegenden Indien
onze
Verlosser. Is toch Christus niet meer dan de naaste aan God. niet God geopenbaard in het vleesch, niet de waarachtige God en het eeuwige leven, dan zouden de Joden Hem, als zich zelfs Gode gelijk makende, te recht van godslastering hebben beschuldigd en veroordeeld. Maar daar Hij naar de duidelijke uitspraken van Gods heilig Woord, is het Woord dat bij God was, het Woord dat God was; de Schepper van hemel en aarde, wien alle engelen Gods moeten aanbidden, onze groote God en Zaligmaker, zoo moeten allen
Hem
als den zoodanige niet erkennen, gehouden worden voor verloochenaars vau en van God, want er staat geschreven die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet. Dat met het vasthouden aan, of verwerpen van de leer der heilige Drieëenheid, de Christelijke kerk staat of valt, zal ik voor uwe vergadering niet behoeven te betoogen, en indien het dus eene daadzaak is, welke bijna niet te betwijfelen valt, dat Ds. Spijker die leer, het fundament van de Christelijke godsdienst, verwerpt, zoo moet ik aan uwe vergadering de vraag voorstellen, of ZijnEerw. met dusdanige gevoelens in de dienst der Gereformeerde kerk kan blijven, en of het niet werkelijk deelnemen
die
Christus
')
:
Jet.
XXXVI.
Bijz. Kerk.
p. 700.
••)
XXXVI.
Ib. p. 701.
p. '")
699. Ib.
-)
Rep.
XXXVII.
Byz. Kerk. IV. 648. p.
-22.
•*)
Ad.
Bijz. Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's