Het vergrijp der zeventien ouderlingen. - pagina 80
!
80
stemmen beroepen
geldige
kwam, maar
Hij
Amsterdam.
te
^)
mee!
viel niet
ceremonie, maar
was geen
intree
Zijn
en leeraar in de Nederduit-
tot herder
Hervormde Gemeente
sche
een daad.
Eer
stout dan vleiend
den
Openlijk van
van
„Ea wat nu .
u
tot
zeggen
te
onder u enkelen aantref, met wie
hooggeaclite medebroeders in de heilige be-
voor
ons
dat
naamste,
Waar
te zijn?
ik
zijn vele
anderen mij gansche-
dit is niet het eenige, niet het voor-
op
zekeren afstand van elkander doet
in het dierbaarste opzicht en op het
hoogste en hei-
mijne geloofsovertuiging deelen, staan anderen in hunne geloofs-
ligste gebied,
belijdenis
oogenblik
het
Waar sommigen,
staan.
En
vreemd.
ganschelijk
bijna
of
Gemeente
dezer
op grond van vroegere kennismaking en
ik,
omgangj min of meer bevriend of bekend ben, lijk,
liefde
begrensde sympathie van de
met mij geroepen om voorgangers
dieningj
met onbegrensde
dorst hij
spreken.
hiërarchie
Kerkelijke
kansel
van Christus, met
Kruis
het
min
of
meer tegenover
Dit verschil
mij.
ontveinzen .... Waartoe
te
zou het dienen? Dit verschil niet te betreuren.... hoe zou het mogelijk zijn
?
Tranen vloeien uit mijne oogen van wege de breuke, die der gemeente, het lichaam van
ook in
vooral
Christus,
onze
deze
dagen
En
geslagen werd.
uit
jougste
gebed
lijk wij
één
zijns
Zoons vervulle
goddelijken
:
Vader! dat
één
zij
Intusschen
zoolang die afgebeden eenheid niet
dubbel
deel
uws
Geestes op mij
heid dat die mij leiden
de
gekomen
is,
bekende
!
.
.
.
wat
zij,
uw
en zendt Gij
licht
weet ik
des
gebied ten
praktisch
bij
ontbreekt,
geloofs
u voor danken,
haal, mij bij
nutte
der
aanvang geschonken."
Act. Bijz. Kerk. V. p. 48.
")
Door
vi-iendelijke
meê
Heer dat !
uw
waar-
Gemeente niet behoeft Wilt
uw midden
En
dat daar,
te ontbreken, gij
—
dit
allen dan, mijne
plaatse geven? ....
Ik
^)
'
mededeeling van Ds. Hasebroek
te deelen.
—
u dank voor het inkomend en vriendelijk ont-
gelijk ik
1)
deze passage
en
den
staat
de eendrachtige samenwerking op
eigene gelukkige ervaring van vroeger.
waarde ambtgenooten, mij op dien voet in zal er
.
liefhebben en in betrachting wensch te brengen.- éénheid
spreuke
eenigheid
de
.
Zooveel kan ik zeggen, dat ook ik, op mijne wijze,
in het noodige, vrijheid in het betwistbare, in alles de liefde!
waar
ge-
zijn,
zijn.
aan zijne overtuiging gaarne getrouwen Evangeliedienaar te doen ? een
gebeden
mijn hart, en van mijn lippen, opdat God die breuke hele en het
vloeien
Uitgegeven
is
is
de Commissie in staat,
de berispte leerrede niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's