Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 11
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
gevoelde men zich niet in den eerst vreemden toestand de drang deed zich gelden, om het belijdend karakter der Gemeente weer recht te doen. Vandaar een reeks besluiten, wier doel volkomen doorzichtig was. Vandaar een wijziging in de bestaande regiementen, wier strekking Vandaar een natuurlijke doorwerking van den niet verheeld werd. veranderden toestand ook op de groote Stichtingen der Gemeente. Vandaar i. é. w. een pijnlijker keer van zaken, dan men, door het vreemde der verschijning verrast, in den aanvang had vermoed. Noch het pijnlijke, dat hierin voor de vroeger bovendrijvende partij school, noch het onontwijkbare der plichtsbetrachting voor de nieuwe bestuurders, mag hierbij worden ontkend. Ook die uitvielen hadden de Kerk, hadden de Stichtingen der Gemeente lief. De triomf van een door hen bestreden en zoo lang met goed gevolg tenondergehouden beginsel deed hun smarte. Dit smartgevoel moest zich van lieverlee aan hun geestverwanten in de Gemeente raededeelen, en zoo was het alleszins natuurlijk, dat zich allengs bij een deel der Gemeenteleden een gevoel van weerzin tegen den nieuwen loop der kerkelijke zaken vestigde, dat slechts een aanleiding behoefde, om zich lucht te geven. Op dien grond meent de Kerkeraad derhalve tot de ware strekking van de petitie der adressanten door te dringen, zoo hij ze beschouwt, als de uiting van een lang onderdrukt protest, dat tegen de actueele houding van den Kerkeraad, gaandeweg bij een deel der Gemeente
Zoodra
tehuis,
of
had postgevat. Deze opvatting deed den Kerkeraad besluiten, liever een gemotiveerd dan een spoedig antwoord te geven op de zoo ernstige vraag
hem
voorgelegd.
meende
» de teedere belangen,^^ waarop adressanten zich beroekunnen eeren, dan door betoon van ernst en vvaardeering. Hij verkoos den vorm van uitgewerkte Memorie boven dien van korte Eescriptie, óók om zichzelfswil. Ook hém toch was de aangebodene gelegenheid welkom, om, tegenover de hem toebetrouwde Gemeente, rekenschap van zijn houding Ilij
pen, niet beter te
af te leggen. Hij wenscht derhalve, zonder de aanleiding van 's heeren Feringa's missive uit het oog te verliezen, een woord van ernst te spreken tot de leden zijner Gemeente, wier vertrouwen hij nog derven moet, als getuigenis voor God en menschen, dat hij, doende wat hij deed,
slechts
geleid
•s>Hier sta ik.
werd door de Ik kan niet
gedachte Mijne hulpe
diepste
anders!
onzer Hervorming: zij
van God!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's