Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 52
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
50 onder de heerschappij der Staatskerk kwam die eisch soms het bekleeden van bediening en ambt, is invloed op het staatsieven, is eer en macht, geUjk weleer ten onzent en ten deele nog in Engeland, aan het lidmaatschap eener Staatskerk verbonden^ dan, maar dan ook alleen, kan zucht naar die „goederen der wereld", het lidmaatschap eener Kerk doen zoeken, wier belijdenis ten opzichte van de Gonscientie men openlijk bestrijdt. Behoort daarentegen, gelijk thans ten onzent, de Staatskerk tot een onherroepelijk verleden; eischt de Kerk harerzijds geen enkel praerogatief, dan wat haar als Kerk in eigen boezem toekomt, en zag zij af van eiken invloed op het staatsieven, langs anderen dan zedelijken dan vervalt hiermee ook het laatste voorwendsel weg te verwerven, en weerspreekt reeds de aard harer vereeniging zelf alle gekunstelde drogreden, waarmee toekenning van haar Hdmaatschap, bij bestrijding van haar levensdoel, uit bijoorzaak, bepleit wierd. Vooral nu de tirannie van den Staat tegen afscheiding van de bestaande en oprichting van eigen genootschappen door het rechtsgevoel der natie gebrandmerkt en veroordeeld is; nu de wet van 15 September 1863, Staatsblad n. 102, in haar eerste artikel elk Nederlander onbeperkte vrijheid tot oprichting van een eigen Kerk gunt, en er dus speelruimte voor elke overtuiging bestaat, om zich kerkelijk te belichamen, is voor goed en immer de laatste bedenking opgeheven, die tegen vastheid van eigen statuten óók voor Kerk en Gemeente ooit Slechts
te
berde.
Is
—
—
bestond.
Ontkenning dezer elementaire waarheid
maar
juist
prijsgeving der Gewetensvrijheid
zou niet
handhaving,
zijn.
Immers, bestaat er voor het geweten vrijheid, dan moet de Gonook vrijheid van organisatie hebben, en eene organivan wie eenzelfde gewetensuiting ervaren, wat is dit anders dan
scientie satie
de Kerk? kan en mag de Kerkeraad de aanklacht van veranderer gewetensvrijheid niet anders bedoeld achten, dan als schending van gewetensvrijheid, als beginsel van Staat. Immers, van den Staat juist geldt, wat van geen andere vereeniging gelden kan. Wijl de Staat allen omvat, moet er ook voor allen mogelijkheid van existentie op zijn erve zijn. Gewetensvrijheid in volstrekten zin is daarom op politiek terrein onwraakbare eisch voor ongestoorde ontwikkeling der nationale krachten. Een Staat die dit beginsel prijsgeeft, houdt op Staat in hoogeren zin te zijn. Er moet in den Staat vrijheid van denken, vrijheid van spreken, vrijheid van belijden, vrijheid van organisatie, vrijheidvan eeredienst, bovenal ook vrijheid van opvoeding(!!) zijn. Eerst dan is de Gonscientie onbelemmerd Uit dien hoofde
grijp tegen
!
Die vrijheid moet niet met het woord gegeven en met de daad genomen worden, maar eene tastbare werkelijkheid zijn. De Staat zondigt tegen dit beginsel, waar hij langs anderen weg dan die der overtuiging de Gonscientie des volks naar eigen maatstaf
poogt
te
vervormen, en
is
evenzeer aan plichtverzaking schuldig,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's