Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 63
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
:
61 zoolang men zich aan dit Presbyterie aansluit. Niet de Kerkeraad, het Presbyterie zeil alleen is gereciitigd en geroepen, des noodig voor de naleving zijner bepalingen te waken.
Waaruit
volgt,
dat
het ex officio
zitten der ouderlingen te omgeen bij kerkeraadsbesluit geregelde, maar slechts onderstelde verplichting, waarvan de regeling (eveneens niet bij Kerkeraadsbesluit, maar enkel door usantie)" is overgelaten aan het Presbyterie, een broederlijk gezelschap, op eigen hand door ouderlingen opgericht, en dat naar onze kerkelijke wetgeving hoogstens een
schrijven
is
als
:
een
iisuëele,
—
officieus karakter
Toch
bezit.
deze
regeling tot op heden in stand gebleven en verkreeg ze zelfs allengs, bij het toenemend verschil van den geloofsinhoud der predicatiën, een verhoogde beteekenis. Herhaaldelijk werd door den „zitting-gehad-hebbenden ouderling" rapport in den Kerkeraad gedaan van door hem aangehoorde leerredenen, en in de aanklacht van den heer Poesiat tegen den heer Ilugenholtz Jr. is gelijk rapport door den Kerkeraad gevraagd. Het verschil van geloofsovertuiging tusschen den zitting hebbenden ouderling en den predikant die den dienst had, werd echter ten leste zoo in het oog loopend, dat reeds meermalen enkele ouderlingen, zonder hiervan altijd ^officieel kennis te geven, zich aan de zitting onttrokken hadden. Één hunner had zijn conscientiebezvi^aar in dezen reeds voorlang in den boezem van het presbyterie neergelegd. Dit leidde tot geen oplossing, tot eindelijk de heeren Feringa c. s. (sinds ook door den Ouderling II. H. den Ouden gevolgd) eenparig tot het besluit kwamen, zich voor goed, zoo dikwijls hun Conscientie zich tegen het aanhooren der predicatie verzette, aan de officieele zitting te onttrekken, en hiervan bij onderteekende circulaire aan Kerkeraad en Gemeente kennis gaven. is
Voorzooveel het bijwonen der prediking betreft is de gedragsdes Kerkeraads dus afgebakend. Vonnis spreken over ouderlingen in qualiteit kan en mag hij niet. „De Kerkeraad" dus luidt art. 39 al. 2 van het Synodaal Reglement voor Kerkelijk Opzicht en Tucht „de Kerkeraad is onbevoegd beslissingen te nemen ten aanzien van bezwaren tegen dienstdoende predikanten, ouderlingen, diakenen en leden van kerkelijke besturen als zoodanig.'^ Slechts doorzending der klacht naar het Classicaal Bestuur zou hem, waren daarvoor termen, geoorloofd zijn. Het oordeel dienaangaande wordt beheerscht door de vraag welke reglementaire bepalingen tot basis voor een kerkelijk vonnis lijn
—
—
kunnen strekken. Het a. b.
zijn in casu
de Synodale reglementen; reglement van Noord-Holland;
het Provinciaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's