Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 78
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
76
maar van geheel den Kerkeraad uitgegaan. De Kerkeraad meende door dit beperkend besluit, het recht der Gemeente niet te krenken, maar veeleer te handhaven. Zij is een Christelijke Gemeente. Haar Christelijk karakter mag haar niet geroofd, moet haar gehandhaafd blijven. Onder alle rechten der Gemeente is dit haar heiligst, haar oorspronkelijkst, haar meest onvervreemdbaar recht, het recht, met welks verlies haar bezeventiental ouderlingen,
staan zelf bedreigd zou zijn te achten, en dies prijsgeven, óók om zichzelve, maar meer
mag
haar
een recht, dat ze niet
nog
om Hem,
die het
gaf.
Nevens
dit
Gemeente, hieraan ondergeschikt, en er bestaan er zeer zeker ook rechten der Gemeen-
recht der
uit voortvloeiende,
teleden.
Zoo echter, dat de regel van eiken Bond, van elk Gevan elke Vereeniging ook hier geldt, en de rechten der gemeenteleden zich-zelf vernietigen, zoodra ze tot schending van het hooge Gemeenterecht worden misbruikt. Boven het recht van den enkele staat het recht, dat allen gemeenschappelijk is. Door misbruik van het individueel recht, mag het recht der gemeenschap niet nootschap,
worden
verkort.
Dit dreigde
te geschieden. Candidaten meldden zich voor het lidmaatschap der Gemeente aan, die, van hun breking met geheel het historisch Christendom geen geheim makend, niettemin toelating vroegen tot het Sacrament des Avondmaals en deel aan het stemrecht onzer Kerk. De Kerkeraad, geroepen om voor het allen gemeenschappelijk recht, het recht der gemeenschap, het ))jus primorclüim" van elke Christelijke Kerk te waken, heeft naar dien eisch van plicht gehandeld en aan bestrijders van het historisch Christendom het lidmaatschap in een' Christelijke, historisch gewordene Kerk ontzegd. Meenen Adressanten dat hierdoor het recht der vrijheid is verkort, dan acht de Kerkeraad te kunnen volstaan met de wedervraag, of de Kerkeraad niet eer- en plichtvergeten handelen zou, zoo hij onze Kerk aan Roomsch-Catholieken of Joden in handen speelde, door ze, ook bij verwerping van de Belijdenis onzer Kerk, nogtans bij gansche scharen in zijn gemeenschap toe te laten? Valt het ongerijmde hiervan in het oog, men wrake dan het eenig middel niet, waardoor deze ongerijmdheid te keeren is. Er moet dan een maatstaf zijn! Een maatstaf, die voor opneming, maar die dan ook voor afwijzing beslist, en de Kerkeraad wil Adressanten in ernst gevraagd hebben, met wat recht hij den Roomsche of den Jood nog langer uit zou sluiten, zoo hij gedwongen zou worden, elk zich aanbiedend candidaat in te schrijven, zulk een ook, die nog minder van de mysteriën des Christendoms dan de Roomsche, nog minder van de H. Schrift dan de geborene uit Israël hield?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's