Het vergrijp der zeventien ouderlingen - pagina 59
memorie ... in zake het adres van de H.H.G.H. Kuiper, voor den Kerkeraad gesteld
57 heilig
Godslam de bron van
mocht
reiken.
Twijfel
in dit
opzicht
is
rust
en
troost aan
het menschenhart
ondenkbaar.
De geschiedenis der Hervorming in onze eeuw met frissche kracht nagespeurd, heeft naar het eenstemmig oordeel van de geleerden aller richting, het
alle haar
onbetwistbaar resultaat geleverd, dat verwerping van in zake des geloofs" hoeksteen van
menschelijke gezag bouw was.
Verwerping van alle menschelijk gezag Van anderer^ maar daardus ook van ons eigen gezag blijft dus grondbeginsel voor elk vroede van zin, die terugdeinst voor de godslastering en den waan der hoovaardij, alsof zijn eigen gezag een ander dan menschelijk gezag
om
zijn
!
—
!
zou.
Verwerping van alle menschelijk gezag
eischt dus onvoorwaardeen uitsluitende erkenning van het gezag des Ileeren, en wal, zoo vraagt de Kerkeraad, is dit anders dan aanvaarding van een bijzondere lijke
Openbaring Gods? Aan de juistheid van den maatstaf, door de heeren Feringa c.s. gekozen, valt dus voor den kenner der historie niet te twijfelen. Het is dezelfde maatstaf, waarmee onze vaderen Rome bestreden de Wederdoopers beteugeld en de Humanisten gekeerd hebben. Dezelfde maatstaf, als door de adressanten van 1854 in hun verzet tegen Ds. Meyboom's beroep en de dwaling der Groninger richting is ,
aangelegd. Dezelfde maatstaf,
om
het niet te verhelen, die de Kerkeraad zelf 1869 voorlei, zoo vaak zijn oordeel in gevraagd.
zich sinds zijn reorganisatie in
zake des geloofs werd
Nog
beweren, dat het Modernisme, aan dezen maatstaf getoetst, Kerk van Christus kan handhaven, zou het vernieuwen van een geantikeerd zelfbedrog zijn, waarvan de edelsten onder zijn uitnemende geesten zich sinds lang met den glimlach der verachting afwenden. Een richting, uit ontkenning van het wonder geboren, die op het luidst protesteert tegen elke grenslijn van gewijd en ongewijd, die men tusschen Israël en de volken teekenen wil die haar beste krachten wijdt aan het trekken van al de boeken der H. Schrift in den kring der algemeene «Religionslitteratur;" die niet hel gewone verstand onder het oordeel der Schrift, maar de Schrilt onder het oordeel des verstands brengt; die den dragers der Openbaring, profeten en apostelen beiden geen hooger plaatse inruimt dan ze aan Griekenlands wijzen biedt; die den Zone Gods zijn goddelijke natuur, zelfs zijn onzondigheid, al meer ontzegt; die de Sacramenten der Gemeente tot eenvoudige ceremoniën herleidt, waarover aan haar het oordeel staat; die een toekomstig oordeel vrucht van kranke verbeelding, de verzoening die van dat oordeel redden kan, vrucht van overspanning en wanbegrip doemt; die, om niet meer te noemen, den Heiligen Geest te
zich als geldig in de
;
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's