De Bartholomeusnacht - pagina 18
14 Dit wetend, kunnen we op dezen dag van rouwe doen,
wat Coligny, na Maurevel's sluipmoord, op
deed
:
Aldus lieeler
schot
dat
zijn
krankbed
de beulen onzer martelaren vergeven. sprak de
mond
des vrome
:
Blijmoedig en van
hem
harte vergeef ik mijn vijanden,
het
zooivcl die het
hen die hem huurden. Want ik hen zeker, buiten Gods wil niet in hun macht staat mij
lostte,
als
eenig kivaad
was
doen, ook al
te
het,
dat x e mij doodden.
Naar den Hooge zien ook wij op. Toen de geraeene Zwitser, met den dolk opgeheven, voor zijn slachtoffer stond, had Coligny nog kracht des geloof s om te zeggen: „Jonge man, gij kunt mijn leven niet verkorten.^ Bij de lijken
graven onzer martelaren spreken we den konink-
strijder dat vorstelijk
woord
na.
Leere
Rome
aan
die vrucht des vredes een Calvinisme kennen, door haar
zoo bitter gevloekt!
Waarom dan God, Almachtig wel geworden
en zeer Hoog, dien gru-
liet ?
Hij antwoordt niet van zijn daden!
Wel moet
het kostelijk goud geweest
zijn,
dat aan zulk
een vuurproef werd gewaagd!
Wel moet het zijn raad zijn geweest, dat de klove nooit gedempt zou worden, die de kerk der Hervormden van Rome scheidt. Over een stroom van zoo kostelijk en zoo dierbaar
bloed,
slaat
zelfs
de heugenis van éen drietal
eeuwen geen brug der gemeenschap Wel moet de strijd van het menschenhart tegen de door
God
gereformeerde
door zulk een
waarheid
afgrijselijk
fel
en heftig
zijn,
dat Hij
bloedbad de zonen der Hervor-
ming aan die waarheid heeft verbonden En daarom aan den vloek voor zulk een gruwel, aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872
Abraham Kuyper Collection | 56 Pagina's