Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het vergrijp der zeventien ouderlingen. - pagina 106

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het vergrijp der zeventien ouderlingen. - pagina 106

2 minuten leestijd

106 „De kennisse Gods hoogere

die

verblind

is, nooit terug

van de wijslieid dezer wereld, maar van

niet vrucht

is

wetenschap

waartoe de rede

,

's

menschen

dwaling

geest, die door

zou hebben gebracht, zoo God zelf niet in zijn barm-

hem

hartigheid door openbaring in woorden en feiten gere wereld had getrokken."

naar het licht dier hoo-

i)

Luther had het met nieuwe frischheid beleden: „De rede

eer de

is,

noch verstaat

mensch wedergeboren

van het goddelijke!"

iets

is.

enkel duisternis en weet niets

2)

Calvijn had het onverholen gestaafd: „De kennisse Gods,

die het menschelijk inzicht geheel ontgaat,

leen door de openbaring der

des

H.

wordt

Heeren den mensch dwaasheid dunken , zoolang de H. Geest hem

licht."

al-

Schrift meegedeeld, zoo zelfs dat de heiligheden niet ver-

3)

Met

het woord

van den martelaar , Guido de Bres

,

beleed

onze Kerk het in artikel 14 harer Confessie. Dat de mensch „zich van God, den,

en

in

verloren

heeft

al

dat in ons

al het licht

*)

Hervormde Kerk nog

vast,

toen ze in

men

der

iu het bizonder,

Nieuwen Verbonds

loofde."

zijnde,

van God ontvangen had, en

onschuld te benemen, overmits

alle

veranderd."

grondbeginsel

het

Hervormde Kerk

Christelijke

Kerk in het algemeen en der

Gods heilig woord, in de schriften des Ouden

vervat, van gauscher harte

aaunani en

oprechtelijk ge-

5)

Zelfs

1)

is

verklaring eischte, dat „naar

en

onze

hield

hij

gehouden dan kleine overblijfselen derzelve, dewelke ge-

den mensch

in duisternis

"is,

Daaraan

1858

om

zijn,

ware leven was, heeft afgeschei-

uitnemende gaven, die

zijn

heeft niet anders overig

noegzaam

die zijn

wegen godloos, verkeerd en verdorven geworden

zijne

al

nog

1861 koos

in

AuGUSTiNUS

,

Opera.

Tom.

bijzondere Godsopenbaring,

ze vóór

I.

ed.

Plantina

,

p.

Contra Academicos.

195.

III. c. 19. 2)

M. LuTHEK, Auserlezene Werke. 1855.

3)

Calv.

^)

Ned. Geloofsh.

^)

Syn. regl.

Inst. rel.

toel.

Christ.

art, t.

Tom. IX.

14.

d. Ev. art.

27.

p.

p.

423.

67. ed. Amst.

L. III.

c.

II. §

20.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872

Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's

Het vergrijp der zeventien ouderlingen. - pagina 106

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1872

Abraham Kuyper Collection | 145 Pagina's